EVANGELISATIE
Drie grondbeginselen van



Uit een recent onderzoek blijkt dat evangelisatie tegenwoordig over het algemeen weinig of geen effect heeft op buitenkerkelijken. Het zijn hoofdzakelijk mensen met een min of meer kerkelijke achtergrond die bereikt worden en interesse tonen. Degenen die zonder enige religieuze achtergrond zijn opgegroeid, staan zover af van datgene wat ze aangereikt krijgen, dat het ze op geen enkele manier aanspreekt. Er is met hen dan ook nauwelijks communicatie mogelijk ten aanzien van de heilsfeiten. Hiervoor zijn verschillende oorzaken op te noemen. We willen ons echter beperken tot de twee belangrijkste waarmee we bij deze groep worden geconfronteerd: het ontbreken van een Gods-besef en het ontbreken van een besef van zonde.


1. GODSBESEF


In tegenstelling met hen die een kerkelijke achtergrond hebben, is er bij buitenkerkelijken nauwelijks meer sprake van enig Gods-besef, laat staan van een besef dat Jezus Christus de Zoon van God zou zijn. Wanneer ze over God horen spreken, vullen ze dat in met het idee dat God een projectie is van het gedachteleven. Ze kunnen zich voorstellen dat je daarmee op een bepaalde manier zou kunnen communiceren en dat dat je voor je gevoel een soort houvast geeft. Maar in feite is het volgens hen niet veel meer dan een communicatie met jezelf of een gedachtewisseling met je hogere ik. Zodra er echter gesproken wordt over zoiets als een ingrijpen van God in het persoonlijke leven, dan kunnen ze dat niet meer volgen en haken ze af. Voor hen is het EO-programma "God verandert mensen" dan ook volslagen onbegrijpelijk.

Geen excuus
Toch is er volgens de Bijbel geen enkel excuus voor het ontbreken van een besef van God als de Oorsprong van alle dingen. Want van zijn bestaan, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid kun je op de hoogte raken door je verstand te gebruiken. Vooral nu er steeds meer ontdekt wordt van de geheimen van het leven en de ingenieuze software die in elk levend celletje aanwezig is om de ingewikkelde processen vlekkeloos te laten verlopen, wordt het steeds moeilijker om het bestaan van een super-intelligente Programmeur te loochenen. Maar de wil om het bestaan van God als Schepper te ontkennen is zo sterk, dat er heel wat voor nodig is om het verdrongen Godsbesef weer te doen herleven. Eigenlijk is alleen een directe confrontatie met Gods tegenwoordigheid daartoe in staat.

Volmaakte eenheid
Dat is dan ook precies wat Jezus bedoelt Johannes 17:20-23. Hij bidt daar om eenheid: een eenheid tussen de gelovigen en God die zo intens is, dat de wereld niet alleen het bestaan van God zal moeten erkennen, maar ook dat het Jezus is die door God gezonden is als Redder der Wereld.
Volgens dit gebed van Jezus is het dus absoluut noodzakelijk dat we vanuit een volmaakte eenheid met God en met elkaar gaan werken, willen we ooit de wereld effectief bereiken met het evangelie. Maar hoe functioneert deze eenheid in de praktijk? En is dit royaal binnen ons bereik?

De eenheid tussen Jezus en zijn Vader
Toen Jezus op aarde was, was Hij ver van zijn Vader, in de vreemde. Daarom zei Hij in Johannes 14 vers 12b: "Ik ga tot de Vader". Toch leefde Hij tijdens zijn aardse bestaan in een zeer intieme relatie met zijn Vader.
"Gelooft gij niet dat Ik in de Vader ben en mijn Vader in Mij is?" zei Hij. "De woorden die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet, maar de Vader die in Mij blijft, doet zijn werken." Dat was het geheim van zijn wonderlijke leven als Mens: Hij was volkomen afhankelijk van zijn Vader en door de Heilige Geest leefden ze "in elkaar".
Wanneer de mensen Jezus ontmoetten, kwamen ze in de tegenwoordigheid van God en zagen ze Gods werken.

Grotere werken
Eigenlijk zou dat ook moeten gebeuren wanneer mensen met ons in contact komen. En dat kan volgens Jezus: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader."
Grotere werken dan die Hij deed? Wat bedoelde Hij daarmee? Tijdens zijn aardse leven was Jezus erg beperkt in zijn mogelijkheden, want het zondeprobleem was nog niet opgelost en de dood nog niet overwonnen. Alles wat Hij deed, vond alleen nog maar plaats in het tijdelijke vlak. Zelfs de doden die Hij opwekte, kregen daarmee niet het eeuwige leven! Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Jezus het mooiste werk voor ons heeft laten liggen. Wij mogen namelijk dienaren zijn van een Nieuw Verbond dat verzoening en eeuwig leven met zich meebrengt. Dat is het grotere werk dat ons is toevertrouwd nu Jezus verheerlijkt bij zijn Vader is.

Geborgen met Christus in God
Maar net als Jezus, zullen we vanuit een diepe eenheid met God moeten werken. Hoe dat binnen ons bereik is, legt Hij uit in de verzen 15-24. Hij sprak daar over de Geest der waarheid die zou komen en tot in eeuwigheid bij ons zou zijn en in ons zou wonen.
We ervaren dat als de tegenwoordigheid van Jezus. "Ik zal u niet als wezen achter laten, Ik kom tot u," zegt Jezus ons in het vers erna. En dan legt Hij uit dat we dezelfde intieme relatie zullen ervaren met Hem zoals Hij die op aarde had met zijn Vader. En dat we dan samen met Hem in zijn Vader geborgen zullen zijn. "Te dien dage zult gij weten dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u." Het is wat moeilijk een goede voorstelling te maken van die intieme verhouding tussen de gelovige, Jezus en zijn Vader. En als er in vers 23 dan ook nog staat dat de Vader eveneens tot ons komt om bij ons te wonen, dan wordt onze verhouding met Jezus en zijn Vader door de Heilige Geest wel erg gecompliceerd. Toch is het alles waard hier een helder zicht op te krijgen om te voorkomen dat we te weinig beseffen van het mooiste en diepste geheim van het leven in gemeenschap met God.

Visualiseren
De relatie met God waarover we hebben gelezen, kunnen we visualiseren met behulp van drie cirkels in verschillende kleuren. De grote lichtgele cirkel is dan het symbool voor God, de kleinste bruine cirkel die van de mens en de donkergele die van Christus. Op die manier is het wat gemakkelijker een indruk te krijgen van de intieme gemeenschap die we als mensen met God en met Jezus mogen hebben.

Binnen bereik
Hoe komt deze eenheid binnen ons bereik? Het heeft alles te maken met het bewaren van zijn woord en het liefhebben van Hem en elkaar. "Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen", zegt Jezus in hoofdstuk 14 vers 23.
In het bekende gedeelte over de ware wijnstok zegt Hij ons in Hem te blijven zoals Hij in ons, omdat we anders niets kunnen en ons leven onvruchtbaar zal blijven.

In Hem hebben we alles...
We kunnen uit het bovenstaande afleiden, dat de uitdrukking "in Hem" misschien wel de allerbelangrijkste uitdrukking moet zijn in het Nieuwe Testament en dat we die letterlijk moeten opvatten. Want in Hem hebben we alles, en buiten Hem hebben we niets. In de brieven van Paulus bijvoorbeeld komt "in Hem" al 164 keer voor! Het is dus duidelijk dat het in-Hem-zijn de allereerste voorwaarde is om in een bediening gesteld te worden en zeker om effectief te kunnen evangeliseren. Alleen wanneer we op deze wijze in Gods tegenwoordigheid leven, is het namelijk mogelijk om anderen die we ontmoeten in deze tegenwoordigheid te betrekken. Dat is het meest kostbare wat we een ander te bieden hebben.

Indrukwekkende eenheid
Ook de eenheid onder de gelovigen die in deze intieme relatie met God leven, is heel indrukwekkend. De grote eenheid die je soms ziet in allerlei wereldse en religieuze groeperingen en bewegingen, zijn afhankelijk van eenheid in opvatting en eenheid in gedrag. Zodra iemand binnen zo'n eenheid een afwijkend gedrag gaat vertonen of er andere opvatting op na gaat houden, wordt hij geëxcommuniceerd. Zijn er meer dissidenten, dan loopt het uit op een scheuring.
Maar de eenheid waar Jezus het over heeft, is een eenheid in beleving van de gemeenschap met God en met elkaar. Die eenheid leidt wel tot een bepaald gedrag en tot bepaalde opvattingen, maar die zijn niet de basis voor deze eenheid maar een gevolg. Deze eenheid laat ruimte voor verschillend gedrag en verschillende opvattingen, mits ze voortkomen uit de gemeenschap met Christus. Dan zullen ze nooit de harmonie verstoren. Zoals Paulus zegt in één van zijn brieven: "De één gelooft dat hij alles eten mag en de ander eet alleen plantaardig voedsel. Deze stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en ook hij dankt God..." (Rom. 14:1-12)

De vruchten
De tegenwoordigheid van God in het leven van de gelovigen en de volmaakte eenheid met elkaar
- geven het antwoord op de vraag van belijders van andere religies of Jezus wel echt de Weg is en de Waarheid en het Leven;
- ontnemen agnosten en atheïsten het argument dat het bestaan en het beleven van de God Die de Oorsprong is van alle dingen, buiten de menselijke ervaringswereld valt;
- overtuigt aanhangers van sekten ervan dat het beleven van Gods tegenwoordigheid en de onderlinge eenheid niet afhankelijk is van hun unieke leer of het naleven van hun specifieke riten en regels.

De verhoring van Jezus' gebed
Is het gebed van Jezus om die volmaakte eenheid van de gelovigen met elkaar en met God wel ooit verhoord?
Natuurlijk wel. De ware wijnstok-Gemeente is er sinds Pinksteren altijd geweest. Maar we mogen verwachten dat in deze eindtijd ook in dit opzicht de oogst rijp zal worden en dat de belofte die in dit Hogepriesterlijke gebed ligt, ten volle vervuld zal worden. Laten we daarvoor open staan en ons reinigen van alle zaken die de verhoring van dit gebed belemmeren. Zodat onze tijdgenoten zullen moeten erkennen en ervaren dat Jezus de Redder der wereld is.
(Maar laten we daarbij ook niet vergeten dat niemand zo blind is als degene die niet wil zien en dat we dezelfde reacties zullen kunnen verwachten als waar Jezus Zelf mee werd geconfronteerd...)



2. ZONDEBESEF

Het tweede probleem dat overwonnen moet worden, is het gebrek aan zondebesef bij degenen die we willen interesseren voor Christus. Meestal bedoelen we met zondebesef een besef van schuld.
De meest gebruikte evangelisatie-methodiek gaat er van uit dat schuldbesef absoluut nodig is om tot bekering te komen. Wanneer er geen schuldbesef is, is er ook geen behoefte aan vergeving en daardoor ook geen interesse in het offer dat Christus bracht.

Schuldbesef-methodiek
De benadering van de onbekeerde verloopt daarbij via de volgende stations:
- hij moet ervan worden overtuigd dat hij op weg is naar een eeuwige heerlijkheid of naar een eeuwige verlorenheid;
- hij moet ervan overtuigd worden dat er na dit leven een oordeel is en dat er volmaaktheid wordt geëist door God om toegelaten te worden tot de eeuwige heerlijkheid;
- hij moet gaan beseffen dat hij net als iedereen gezondigd heeft en schuldig staat voor God en daardoor onder het oordeel valt om voor eeuwig verloren te gaan;
- de blijde boodschap moet hem worden gebracht dat Jezus in zijn plaats aan het kruis de straf heeft gedragen die hij verdiend heeft;
- hij moet dit geschenk aannemen in geloof: hij moet gaan geloven dat Jezus ook voor zijn zonden is gestorven en Hem daarvoor danken;
- zo nodig moet hij nu nog geholpen worden om op grond van Gods Woord tot heilszekerheid te komen.

Grote zegen
Praktisch alle grote opwekkingspredikers hebben in de laatste drie eeuwen deze lijn gevolgd met grote zegen. Ook in de tegenwoordige tijd wordt deze methode nog steeds toegepast en verwerkt in allerlei hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld het woordeloze boekje en "De vier geestelijke wetten". Ze worden nog steeds met vrucht gebruikt bij een bepaalde doelgroep.

Te beperkt
Maar voor velen bevat deze benadering zoveel onverteerbare zaken, dat ze er op geen enkele manier door worden aangesproken. Waarom zou je je bijvoorbeeld schuldig moeten voelen voor het feit dat je als onvolmaakt mens bent geboren en daarom niet volmaakt kunt leven, ook al probeer je dat nog zo goed?
Ook kunnen we ons afvragen of bij deze methode het accent wel juist wordt gelegd. Je loopt namelijk het gevaar dat het gaan naar de hemel als het grote doel wordt gezien en dat Jezus alleen maar beschouwd wordt als middel om dat doel te bereiken.

Schuldbesef nodig?
Is schuldbesef dan niet nodig om tot Jezus te kunnen komen? Moeten we zelfs kinderen niet laten zien dat ze schuldig staan tegenover God? ("Je hebt vast wel eens een suikerklontje uit de suikerpot gepikt en dan ben je een dief en dieven moeten net als alle andere zondaars naar de hel...").
Misschien kunnen we beter zeggen dat zondebesef nodig is. De definitie van zonde is: het doel missen, mislukken, mis-stappen en mis-daden begaan ook al zit er geen boze opzet achter.
Zondebesef is het universele besef dat er fundamenteel wat mis is, dat er iets ontbreekt. Het is een voortdurende ervaring van onvermogen. Dat kan zich op allerlei manieren manifesteren zoals in eenzaamheid, doelloosheid, onvermogen het goede te doen, angst, egoïsme, verslavingen, onverzadelijkheid, enz..
Het begrip zondebesef is veel ruimer dan schuldbesef. Schuldbesef is een aspect, een onderdeel van zondebesef.

Fundamenteel probleem
Het fundamentele probleem in alle culturen, religies, politieke systemen en in alle persoonlijke levens, is corruptie, bederf. Alles is aan bederf onderhevig In de maatschappij, de politiek, de religie in het huwelijk en alle andere intermenselijke relaties, overal werkt de corruptie onweerstaanbaar door. Dat is het universele probleem van deze wereld. Niets en niemand is daartegen bestand. Elke keer weer proberen we met een schone lei te beginnen, maar na korte of langere tijd slaat het bederf toe. Dat is een universele wet waar al het levende mee te maken heeft, en wat iedereen erkent. De hele schepping is dienstbaar aan de vergankelijkheid, zo verwoordt de Bijbel dit. Het besef hiervan is in feite zondebesef. Het geeft een veel beter aanknopingspunt.

Het antwoord
Alleen op Jezus had het bederf geen vat. Hij had het geheim: een innige relatie met de Bron van het leven zelf, die Hij zijn Hemelse Vader noemde.
Overal waar Hij verscheen, kwam door het contrast met zijn smetteloos leven de corruptie van de menselijke natuur aan het licht. Maar juist daardoor werd de duisternis uitgedaagd, hetgeen uiteindelijk resulteerde in de kruisiging van Jezus. Hier kwam de ware aard van de zonde volledig openbaar.
Maar ook Gods onoverwinnelijke liefde openbaarde zich. Jezus liet zijn liefde niet overwinnen door de haat, maar incasseerde de haat en het lijden wat Hem door de mensen werd aangedaan. Zijn onoverwinnelijke liefde bracht Hem er zelfs toe de schuld op zich te nemen van hen die Hem dit aandeden en voor hen vergeving te vragen. Wat automatisch inhield dat de vloek over die zonde op Hemzelf neerkwam: de Godverlatenheid. Hij die niets kon zonder zijn Vader, hing daar zonder troost en hulp in het centrum van de hel, vervloekt door zowel de mens als door zijn Vader. Dat was de prijs die door Beiden werd betaald om een mens tot erkenning van zijn zonde te brengen en hem ervan te verlossen.

Het bewijs
Stel dat de mensen Jezus niet hadden gekruisigd! Dan zou dat het bewijs zijn geweest dat het leven van de mens zonder God niet zo bedorven was. Maar nu roept elke crucifix aan de kant van de weg elke voorbijganger toe: "Kijk goed: hiertoe is de mens in staat, hier zie je de ware aard van je zondige natuur!"
Maar ook: "Hiertoe was Ik in staat, dit is de ware aard van de goddelijke liefde. Erken hoe vreselijk de zonde is, dat moet nu toch niet zo moeilijk meer zijn. Zou je dat zondige vervloekte leven niet willen inruilen voor een leven vanuit deze goddelijke liefde? En wat het verleden betreft: We vergeven het je van harte!"
Door de opstanding werd eens en voor altijd bewezen dat de kracht van dit goddelijke leven sterker is dan de totale macht van de corruptie en de dood.

Het eigenlijke probleem
Jezus heeft het zondeprobleem geïllustreerd met het voorbeeld van een boom. Op het moment dat een tak losraakt van de stam, treedt het bederf in en komt zo'n tak niet meer tot zijn doel. Zonder contact met de stam kan de tak nog wel wat verder leven, vooral als er voldoende vocht is. Maar er is geen kracht meer om het bederf te weerstaan en zeker niet om vrucht te dragen.
Dit beeld sluit aan op ieders belevingswereld. En het moet niet moeilijk zijn om alle problemen die mensen in hun persoonlijk leven hebben, hiermee in verband te brengen. Eenzaamheid, minderwaardigheidsgevoel, machteloosheid, angst voor de toekomst, het zijn evenzovele symptomen van een dieper probleem: de verstoorde relatie met God. Wanneer die relatie wordt hersteld, betekent dat ook de oplossing van alle gevolgen van die verstoorde relatie.

Zondebesef is het aanknopingspunt
Het gaat er dus niet in de eerste instantie om, iedereen een schuldbesef aan te praten, maar om aan de weet te komen waarin zich de verstoorde relatie met God het duidelijkst manifesteert. Dat kan heel verschillend zijn, maar het kan in elk geval als een bewijs gebruikt worden dat er iets wezenlijks mist: de relatie met de Bron van het leven. Dan is er een gelegenheid te laten zien dat Jezus volkomen in deze nood kan voorzien.

De bedieningen van Jezus

Daarom is het zo nodig dat Jezus in al zijn verschillende bedieningen gepredikt wordt. Want bij iedere nood is er een passende bediening van Jezus die daarin volmaakt voorziet. Dat is de diepere betekenis van Rom. 10 vers 13: "Al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden." Het aanroepen van de naam van Jezus heeft betrekking op alle namen die Hij heeft, en het behouden worden strekt zich uit over alle terreinen waarop de mens in nood kan zijn.
In de praktijk betekent dit dus dat elke persoonlijke nood in verband moet worden gebracht met het ontbreken van het contact met de Bron van het leven. En dat door het aanvaarden van Jezus volkomen wordt voorzien in die nood en het contact met God wordt hersteld. En dan kan het niet anders of ook het schuldbesef zal wakker worden wanneer men vanuit het beleven van de liefde en zorg van God terugkijkt op het leven dat men daarvoor zonder Hem heeft geleefd. Dan pas krijgt men een diep besef van wat het betekent met God verzoend te zijn door het lijden en sterven van Jezus.



3. ZONDER VOORBEDE GEEN BOODSCHAP



Als volgelingen van Jezus zijn we geroepen om ook door middel van woorden (door 'de dwaasheid der prediking') anderen de ogen te openen voor een nieuw leven: een leven vanuit God. Maar hoe komen we aan de woorden die daarvoor nodig zijn en die deze uitwerking hebben?
In Ezechiël 13:1-6 worden we gewaarschuwd om onze eigen woorden en gedachten daarvoor te gebruiken.
'Wee de dwaze profeten die hun eigen geest volgen, zonder iets geschouwd te hebben...'
Eigen woorden zijn krachteloos en werken niets uit. Wat zou het fijn zijn wanneer we elke keer de juiste woorden zouden krijgen van God en dat we die dan zó zouden kunnen doorgeven zoals het Gods bedoeling is. Want dan zouden we er zeker van kunnen zijn dat onze boodschap iets goeds uitwerkt!

Binnen ons bereik...
Volgens Paulus ligt dat ruimschoots binnen ons bereik. Hij schrijft dat God bij machte is alle genade in ons overvloedig te schenken, zodat we in alle opzichten, te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig kunnen zijn. En dan zegt hij er ook nog bij, dat Hij, die zaad verschaft aan de zaaier en brood tot spijze, steeds overvloediger ook aan ons het zaaisel zal verschaffen dat we nodig hebben, en dat Hij er ook nog voor zal zorgen dat het gewas van onze gerechtigheid zeker zal opschieten! (2 Kor.9:8-10)

Te weinig voorbede?

Maar hoe komt het dan, dat we van die overvloed zo weinig merken? En dat we vaak zo krampachtig moeten zoeken naar een boodschap om door te kunnen geven? Waarschijnlijk komt dat omdat er veel te weinig voor ons gebeden wordt.
Het is een wonderlijke zaak, dat we bidden kùnnen. Dat we vrijmoedig bij de Almachtige kunnen binnenkomen, en dat we Hem dan alles kunnen vragen wat we voor onze dienst aan Hem nodig hebben.
Maar het is nog veel wonderlijker, dat we met dezelfde vrijmoedigheid ook kunnen bidden voor anderen. En dat het gebed voor de ander dan net zo wordt verhoord als het gebed voor jezelf! Wanneer we dat meer zouden beseffen, zouden we vast meer voor anderen gaan bidden. 

Een bewijs van de uitwerking ervan

Hoe vaak gebeurt het bijvoorbeeld niet dat je met lood in de schoenen op condoleance-bezoek gaat en daar gezegend weer vandaan komt. De rouwdragenden ervaren dan zo'n rijke gemeenschap met God en met elkaar dat dat tot hun eigen verwondering opweegt tegen het verdriet en het gemis dat ze tegelijkertijd ondergaan. Maar helaas, na een paar weken blijkt de zegen weer weg te ebben en komt er ook vaak een terugslag.
Wat was er aan de hand? Door de kerkelijke gemeente werd er de eerste dagen na het bekend worden van het overlijden door velen intens gebeden voor de nabestaanden. Maar na een paar weken haakt de één na de ander af en wordt er steeds minder aan de achterblijvenden in het gebed gedacht. En het gevolg van het één en van het ander is duidelijk te merken in de geloofsbeleving van degenen voor wie in die korte periode gebeden werd.

Mobiliseer je achterhoede
We kunnen niet zonder de voorbede van anderen. Vooral niet wanneer we een bediening hebben voor evangelisatie, prediking, pastoraat of geestelijk onderricht. We mobiliseren onze achterhoede in dat opzicht te weinig. Wat dat betreft kunnen we wel wat leren van Paulus. In de Efezebrief, hoofdstuk 6 vers 18-20, heeft hij het over de voorbede. Hij verwacht daar voor zichzelf heel veel van. Als er voor hem gebeden wordt zal hem namelijk bij het openen van zijn mond het juiste woord geschonken worden, en zal hij de vrijmoedigheid krijgen om dat woord op de goede manier aan de mensen door te geven. In de Kolossenzenbrief voegt hij daar nog aan toe, dat er dan ook een deur voor zijn woord geopend zal worden.
Dat is nu exact wat ook wij zo nodig hebben voor het werk waartoe we geroepen zijn: het juiste woord, een goede verpakking en open harten bij de ontvangers! En dat komt allemaal binnen ons bereik door een biddende achterhoede.

Verbeter de wereld...
Maar hoe kom je nu aan zo'n biddende achterhoede? Hoe krijg je zoiets van de grond? Zoals zo vaak geldt ook hier de regel: 'Verbeter de wereld, begin 
bij jezelf'. Wanneer we willen, dat anderen voor ons bidden, zullen we in de eerste plaats ook zelf voorbidders moeten zijn.

Beginnen bij het begin
En zo begint het ook. Stel, je gaat dagelijks bidden voor vijf mensen die je kent en die de Here op je hart legt. De zegen die je anders alleen voor jezelf vraagt, vraag je nu ook voor die vijf anderen. Die zegen gaat zich nu dus vermenigvuldigen. In plaats van één worden er nu vijf dagelijks gezegend.
Dat zal zijn uitwerking niet missen en na verloop van tijd is de tijd rijp om ze op jouw beurt te vragen om ook voor jou te gaan bidden. Het gevolg daarvan is wéér een vermenigvuldiging van zegen: je ontvangt daardoor als het ware vijf maal zoveel zegen dan daarvoor! Dat kun je goed gebruiken, want als het goed is, breidt je bediening zich ook steeds meer uit. Je bent niet meer verantwoordelijk voor jezelf alleen, maar ook voor steeds meer anderen. En het zou best eens kunnen zijn, dat het aantal mensen dat je effektief kunt bereiken, afhankelijk is van het aantal mensen dat voor je bidt.
Natuurlijk kunnen we daar geen simpel geestelijk rekensommetje van maken, maar in principe mogen we toch zeggen dat er een duidelijke verband bestaat tussen het vermenigvuldigen van voorbede en de vermenigvuldiging van zegen.

Geen one-man-show
Dat is een mooie gedachte. Want daardoor zal het nooit een one-man-show kunnen worden. Niemand kan zich meer beroemen op de resultaten van zijn eigen prediking want die resultaten zijn het gevolg van een biddende achterhoede. Elke zegenrijke dienst in het Koninkrijk van God is altijd een resultaat van samenwerking in het lichaam van Christus waarbij vele leden delen in het werk en daardoor ook in de vrucht en in de vreugde.

Nog meer zegen...
Maar de voorbede behoeft zich niet te beperken tot het gebed voor de predikers alleen. Het is Gods bedoeling dat in principe iedereen bidt voor iedereen. Dan wordt de zegen nog eens een aantal malen vermenigvuldigd.
Dat is de manier waarop God zijn eeuwige schatten met ons wil delen. Het is Zijn verlangen dat we helemaal één worden met elkaar, vooral in de voorbede. Dan geeft Hij ons zoveel, dat we niet alleen overvloed zullen hebben voor onszelf maar ook voor de mensen om ons heen. Zo wordt de Gemeente pas echt het zout der aarde en het licht der wereld!

Nog een paar praktische vragen
-Is het gebruik van lijstjes met namen bij de voorbede aan te bevelen?
Hierover wordt verschillend gedacht. Tozer (een bekende Amerikaanse zendingswerker, oprichter van de CAMA) was er niet zo voor omdat het volgens hem de vrije werking van de Geest hinderde en hij het zonder lijstjes effectiever kon. Chambers (bekend om zijn dagboekje 'Geheel voor Hem') was er juist voor, omdat het hem in staat stelde zich gemakkelijker te kunnen concentreren en niemand te vergeten. Een bijkomend voordeel van het gebruik van lijstjes is wel, dat je regelmatig in dezelfde volgorde voor bepaalde mensen bidt. Daardoor kun je dat na verloop van tijd ook zonder zo'n lijstje. Dat maakt bijvoorbeeld het doen van voorbede in verloren ogenblikken erg gemakkelijk.

-Is het niet moeilijk om het doen van voorbede levend en fris te houden zodat het geen sleur wordt?
Jawel, maar laten we niet te gauw afhaken wanneer het moeilijk gaat. Het mag best een worsteling zijn, daar is het belangrijk genoeg voor. Zonder gebed komt er namelijk weinig tot stand, of misschien wel helemaal niets.
Belangrijk is wel om de almacht en de liefde van God helder voor ogen te houden, en Zijn verlangen om gebeden te verhoren. Dat maakt het doen van voorbede een stuk gemakkelijker.

-Is het noemen van alleen de naam van iemand wel zinvol?
Vast wel. Door het eenvoudig noemen van de naam verklaren we ons solidair met die persoon en betrekken we hem in de gemeenschap met God die we op dat moment zelf ook ervaren. Daardoor lopen we de duivel behoorlijk voor de voeten en hinderen we hem in zijn werk.

Creatief zijn...
Tenslotte, laten we creatief zijn, ook ten aanzien van de voorbede.  Helen Roseveare, een gepensioneerde zendelinge, zegt dat ze allerlei negatieve omstandigheden gebruikt om te bidden voor zendelingen die zich op dat moment in dergelijke omstandigheden bevinden. Niet dat zij daar dan weet van heeft, maar ze gaat er gewoon van uit dat er vast wel ergens op een zendingsveld een zendeling zal zijn die op dat moment evenals zij in zulke problemen zit. En daar bid ze dan voor in de zekerheid dat God dan wel weet wie dat is. Zo maakt ze van de nood een deugd. En Edith Shaeffer vertelde eens dat ze van haar chronische slapeloosheid gebruik maakte om voorbede te doen.

Voor iedereen een belangrijk aandeel!
Alle leden van het Lichaam van Christus hebben een eigen aandeel in het werk van God. Maar het misschien wel allerbelangrijkste en zegenrijkste werk ligt binnen het bereik van allemaal: de voorbede! Daarom is het voor iedereen mogelijk een heel belangrijk aandeel te hebben in de overwinning van Gods Koninkrijk over het rijk der duisternis!



DE NAAM VAN JEZUS


Iemand vertelde enthousiast dat hij in een populair programma van RTL had kunnen getuigen van Jezus. Toen we de uitzending zagen, bleek dat hij de naam van Jezus niet één keer had genoemd. Hij had alleen gesproken over "het Evangelie", "de Kerk", "het Geloof"  en "de Bijbel". Eigenlijk tot zijn eigen teleurstelling...
Zouden we het gevaar lopen gemakkelijker en meer te spreken over deze dingen dan over de persoon van Jezus? En lopen we misschien een nog groter gevaar de bijbel en het evangelie te verpersoonlijken waardoor deze in de plaats komt van Jezus zelf? 

-"De Bijbel zegt..."
-"Je leven onderwerpen aan het gezag van de Bijbel..."
-"Er moet voldaan worden aan de hoge eisen die het Evangelie stelt..."
-"De samenbindende kracht van het Evangelie..."
-"We moeten alles over hebben voor het Evangelie..."
-"Alle EO-programma's moeten voldoen aan de Bijbelse normen..."
-"Het is belangrijk dat we de Bijbelse Boodschap doorgeven..."
-"Steeds meer mensen maken via de EO kennis met het Evangelie..."
-"Hij zingt niet alleen over gewone dingen, maar ook over het Geloof..."
-"Italië open voor het Evangelie..."
-"Het gaat in de eerste plaats om de verkondiging van het Evangelie. Maar ook in de ontspanning moet getoond worden dat je hele leven beheerst wordt door het Woord van God..."
-"De EO is de meest acceptabele omroep als het aankomt op wat Gods Woord in allerlei situaties van ons wil..."

Natuurlijk is het allemaal waar en acceptabel wat er staat. Maar het klinkt toch anders wanneer er de Naam van Jezus voor in de plaats zou komen. Voor buitenstaanders zijn de woorden en uitdrukkingen zoals "Evangelie", "Het Woord van God" "het Geloof" en "de Bijbel" weinig indrukwekkend. Maar de persoon van Jezus is minder neutraal. Wanneer je zegt dat je met Jezus in aanraking bent gekomen en dat je onder zijn leiding leeft, dan komt dat concreter over dan wanneer je het hebt over het Evangelie en dat je je in leer en leven onderwerpt aan het gezag van de Heilige Schrift. Dat riekt naar een negatief fundamentalisme en fanatisme bij buitenstaanders. Daarom is het zaak om in onze gesprekken met hen bij voorkeur te spreken over de persoon van Jezus en over het leven met Hem zo van Hem te getuigen. Ook in de politiek zou dat meer moeten gebeuren door de vertegenwoordigers van de kleine christelijke partijen. In plaats van almaar te spreken over de normen van de Bijbel zou er meer gesproken moeten worden over de normen van Jezus Christus...


APPENDIX
De namen van Jezus die zijn bedieningen weergeven

Vriend. Joh.15:13-15
De Deur. Joh.10:7,9
De Weg. Joh.14:6
De Waarheid. idem
Het Leven. idem
Grote Hogepriester. Heb.4:14
Bevrijder. Heb.2:15
Middelaar van het Nieuwe Verbond. Heb.9:15
Broeder. Heb.2:11
Wonderbare Raadsman. Jes.9:5
Vredevorst. idem
Eeuwige Vader. idem
Bron van levend water. Joh.4:10, 7:38
Licht der wereld. Joh.8:12
Goede Herder. Joh.10:11,14
Opperherder. 1Petr.5:4
Leraar. Joh.3:2, 1Joh.2:27
Profeet. Joh.21:11; Hand.3:23
Onze Wijsheid. 1Kor.1:30
Onze Rechtvaardigheid. idem
Onze Heiliging. idem
Onze Verlossing. idem
Onze Hoop. 1Tim.1:2
Onze Vrede. Ef.2:14
De Hoop der Heerlijkheid. Coll.1:27
De Heilige. Hand.3:14
De Rechtvaardige. idem
Leidsman ten Leven. idem
Lam van God. Joh.1:29
Leeuw van Juda. Op.5:5
De Opstanding en het Leven. Joh.11:25
Leidsman+Voleinder des geloofs. Heb.12:2
De Doorbreker. Micha 2:12,13
Voorspraak bij de Vader. 1Joh.2:2
Helper. Heb.13:6
De Onveranderlijke. Heb.13:8
Doper met de Heilige Geest. Joh.1:33
Hoofd vh Lichaam. Coll.1:18, Ef.1:22, 5:23
Ware Wijnstok. Joh.1
Brood des Levens. Joh.6:35,41
Alpha en Omega. Op.1:17
Verlosser. Fil.3:20
Hoeksteen. 1Petr.2:4-7
Fundament. 1Kor.3:11
Hoofd van alle overheid en macht. Coll.2:10
Zaaier. Mk.2:14
Beeld van de onzichtbare God. Col.1:15
Rechtvaardige Rechter. 2Tm.4:1,8, 2Kor.5:10
Leidsman van onze behoudenis. Heb.2:10
Overwinnaar. Coll.2:15
Bruidegom. Ef.5:25-27
Heerser die ons gekocht heeft. 2Petr.2:1
Zoon van David. Rom.1:3
Verzoening voor onze zonden en die der gehele wereld. 1Joh.2:2, 4:10
Aller Dienaar. Mtt.20:28
Sleutelhouder van het dodenrijk. Op.1:18
Het vleesgeworden Woord. Joh.1:14
De Christus, de Gezalfde, Messias. 1Joh.5:1
Alles en in allen. Coll.3:11
Losprijs 1Tim.2:6
Het Woord des Levens. 1Joh.1:1
Onderhouder van alle dingen. Heb.1:3
Afstraling van Gods heerlijkheid. idem
Afdruk van Gods wezen. idem
Het Geheimenis Gods. Coll.2:2
Aller Heer. Hand.10:36
De Kracht Gods. 1Kor.1:24
De Wijsheid Gods. idem
De Toegang tot de Vader. Ef.2:18
Voorloper. Heb.6:20
Oorzaak van eeuwig heil. Heb.5:9
Smetteloos Offer. Heb.9:14
Offergave en Slachtoffer. Ef.5:2
Heiland der Wereld. Joh.4:4