RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN VAKGROEP PSYCHOLOGIE


ONDERZOEK NAAR SEKSEVERSCHILLEN IN DE ONTWIKKELING VAN DE SEKSUELE BELEVING


Scriptie en onderzoeksverslag van
L. I. E. Baarsen



Supervisor:
Dr. G. Gerlsma
Tweede beoordelaar:
Prof. Dr. C.D.P.R. Schaap


Juni 1999

R. U. G.   S E C T I E   K L I N I S C H E   P S Y C H O L O G I E





Samenvatting

Het doel van dit onderzoek is na te gaan wat de verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in hun seksuele ontwikkeling; zowel enkele fysiologische aspecten als de beleving die daarmee samengaat komen aan bod. Gekeken werd naar de invloed van lichamelijke rijpingsmomenten (zaadlozing en menstruatie), de leeftijd en seksuele ervaringen. Voor het beantwoorden van deze vraag is gebruik gemaakt van de gegevens van een vragenlijst, die ingevuld is door 82 personen (28 mannen en 54 vrouwen). De proefgroep bestond uit ongehuwde, christelijke studenten van verschillende universiteiten. Voor deze proefgroep is gekozen vanwege het feit dat de seksuele ontwikkeling bij hen nog vers in het geheugen ligt en om personen in de proefgroep te hebben die nog geen relatie van seksuele aard hebben (gehad), wat voor het onderzoek van belang is.
Uit de resultaten van het onderzoek komt duidelijk naar voren dat er een sekseverschil is in de periode waarin de eerste seksuele reacties beleefd werden. Bij vrouwen hangen deze reacties -de lichamelijke, seksuele prikkelingen- namelijk niet samen met de periode van lichamelijke rijping, de menstruatie, terwijl dit bij mannen wel het geval is. Ook blijkt dat vrouwen, in tegenstelling tot mannen, niet vanzelfsprekend in of na een bepaalde periode een orgasme hebben (gehad). Een aanzienlijk deel van de vrouwen gaf zelfs aan nog nooit een orgasme te hebben beleefd, terwijl nagenoeg alle mannen dit hadden ervaren. Hiernaast zijn de voornaamste contexten waarin men de eerste seksuele prikkelingen ervaart en waarin men aangeeft een eerste orgasme te hebben gehad bij beide seksen verschillend. Het meest opvallend is dat enkel een percentage vrouwen aangaf dit door stimulatie van een ander te hebben beleefd, terwijl geen der mannen dit aangaf. Een belangrijke bevinding is het feit dat jongens automatisch bij het volwassen-worden -bij hun lichamelijke rijping- een lichamelijke gebeurtenis plaatsvindt, welke vrijwel altijd gekoppeld wordt aan seksualiteit. Bij meisjes is dit niet het geval. Vrouwen beleven geen specifieke lichamelijke verandering, gekoppeld aan een bepaald rijpingsproces, die een aanleiding vormt tot het ontdekken van hun seksuele gevoelens.
Een algemene conclusie die getrokken kan worden is dat er wat betreft de seksuele ontwikkeling, zoals te verwachten, overeenkomsten maar ook zeer belangrijke en duidelijk verschillen tussen mannen en vrouwen zijn gevonden wat betreft de seksuele ontwikkeling. Vrouwen hebben niet vanzelfsprekend kennis van hun seksualiteit, ook niet wanneer ze lichamelijk rijp of volwassen zijn. Om die gevoelens en prikkels te ervaren zijn er vooral aanleidingen of prikkels van buitenaf nodig.
Dit onderzoek is vooral van belang voor de hedendaagse seksuele voorlichting aan jongeren. Er kan niet vanzelfsprekend vanuit worden gegaan dat jongens en meisjes dezelfde verlangens en gevoelens hebben.
Ook kunnen de bevindingen van nut zijn voor zowel therapeuten als cliŽnten die betrokken zijn bij de behandeling van seksuele problemen in de klinisch-psychologische hulpverlening.


I. Inleiding

In het hedendaagse voorlichtingsmateriaal ten aanzien van seksualiteit van onder andere de Rutgerstichting wordt er doorgaans vanuit gegaan dat iedere jong-volwassene vanzelfsprekend kennis heeft van "het seksuele". Het wordt normaal en gezond gevonden om in de puberteit of in de adolescentie het eigen lichaam wat dit betreft te (leren) kennen en om seksuele behoeften en begeerten te hebben, ongeacht de sekse. Seksualiteit is immers ťťn van de fundamentele kenmerken van het leven (Shaver, Hazan & Bradshaw, 1988).
De gedachte dat iedere jong-volwassene kennis heeft van "het seksuele" is niet altijd zo vanzelfsprekend geweest. Aan het begin van deze eeuw schreef de bekende Zwitserse psychiater Prof.Dr. A. Forel nog in zijn boek "Het seksuele vraagstuk" (1907) dat de wellustgewaarwordingen bij een vrouw gewoonlijk pas door het eerste geslachtsverkeer wordt opgewekt en dat bij een zeer groot aantal vrouwen de libido sexualis in het algemeen geheel ontbreekt; de coÔtus is in eerste instantie zelfs een onaangename gebeurtenis. Ook schrijft hij dat het seksuele verlangen van vrouwen in het algemeen veel minder gericht is op de geslachtsgemeenschap en de daarmee verbonden wellust gevoelens zelf, dan op het hele complex van de belangrijke gevolgen hiervan, zoals het stichten van een gezin. Bij mannen komt het, in tegenstelling tot bij vrouwen, zeer zelden voor dat de libido sexualis ontbreekt volgens Forel.
Bij jongens resulteert het volwassen worden van het lichaam vrijwel altijd in het krijgen van de eerste zaadlozing en/of orgasme. Bij meisjes is dit echter vrijwel nooit het geval. Praktisch alle meisjes zijn voor hun zestiende lichamelijk "rijp", maar rond de twintig jaar heeft ruim een derde van hen nog nooit een orgasme gehad. (Kinsey, Pomeroy, Martin & Gebhard, 1953)  Dit duidt op een verschil tussen beide seksen wat betreft een bepaalde leeftijdsperiode waarin ze seksueel tot ontwaken komen; bij meisjes is er in tegenstelling tot bij jongens geen bepaalde periode te ontdekken.
De hoofdvraag in dit onderzoek is of er een verschil tussen jongens en meisjes bestaat wat betreft de ontwikkeling van de seksuele beleving. Vanuit verschillende invalshoeken zal in deze inleiding nagegaan worden welke aanwijzingen er te vinden zijn voor eventuele verschillen hierin tussen beide seksen. Omdat de ontwikkeling bij mannen een stuk eenduidiger blijkt te zijn, zal de nadruk vooral liggen op vrouwen. Dit neemt niet weg dat mannen een belangrijke  plaats in dit onderzoek innemen ter vergelijking.

Allereerst kan uit de verschillende therapieŽn die voor seksuele problemen worden gegeven, een min of meer karakteristiek verschil tussen mannen en vrouwen in de ontwikkeling van de seksuele belevingswereld worden afgeleid. De seks-therapieŽn zijn voor vrouwen namelijk van een andere aard dan voor mannen. Vrouwen komen vaak in therapie voor problemen betreffende het krijgen van een orgasme. De therapie omvat onder meer masturbatie training, waarbij ze onder andere door experimenteren hun eigen lichamen moeten leren kennen. Mannen daarentegen hebben over het algemeen geen problemen die te maken hebben met onwetendheid over hun eigen lichaam. Ze hoeven dan ook maar zelden te leren hoe ze moeten masturberen. Mannen hebben echter meer problemen met het tijdstip waarop ze ejaculeren (Hawton, 1984). In het handboek "Abnormal Psychology" van Davison and Neale (1993) komt dit ook naar voren. Daarin wordt opgemerkt dat sommige vrouwen niet goed weten wat ze seksueel opwindend vinden en zelfs de kennis kunnen missen over hun eigen anatomie. Veel anorgasmische vrouwen, evenals degenen die weinig opwinding beleven tijdens seksuele stimulatie, zijn zich niet bewust van hun eigen genitale anatomie, weten hierdoor niet wat zij fijn vinden en zijn daardoor niet in staat hun  wensen aan hun partners duidelijk te maken. Tevens is uit case-studies van personen met "sexual desire disorders" gebleken, dat mannen  zeer zelden  problemen hebben met primaire seksuele verlangens, maar wel met de gerichtheid van die verlangens. Bij vrouwen komt het echter voor dat het hele seksuele verlangen ontbreekt of dat ze deze zelfs niet kennen (Kaplan, 1995). Hieruit zou afgeleid kunnen worden dat het bij vrouwen veel minder vanzelfsprekend is dat de beleving van seksualiteit na een bepaalde leeftijd, in meer of mindere mate, zeker aanwezig is. Uit de volgende aanhalingen is dit ook te concluderen.
Barbach (1974) gebruikt de term pre-orgasmisch in plaats van primair anorgasmisch voor vrouwen die nog nooit hebben geleerd klaar te komen. Deze vrouwen kunnen liefhebben, hebben seksuele verlangens, kunnen opgewonden raken, beleven genoegen in het vrijen, ervaren een grote intimiteit, maar bereiken het orgasme niet. Ook in vergelijkend cultureel onderzoek werd aangetoond dat het orgasme bij vrouwen aangeleerd moet worden. Het is geen aangeboren deel van de vrouwelijke seksuele respons, zoals het wel een deel is van de aangeboren seksuele respons bij de man (Mead,.....). Er kan bij vrouwen waarbij geen seksuele begeerten of gevoelens aanwezig zijn niet gesteld worden dat "het seksuele" bij deze vrouwen geheel Šfwezig is. Hooguit kan gezegd worden dat de seksuele belevingswereld bij hen latent aanwezig is.

In het handboek van Kinsey et al (1953) wordt gesteld dat het  bereiken van het complete seksuele bewustzijn afhangt van de seksuele ervaringen die vrouwen hebben gehad in hun pre-adolescentie, hun adolescentie of zullen krijgen in hun verdere leven, en aan een diversheid van sociale factoren die haar psychologisch kunnen beÔnvloeden. 
In veel recent gepubliceerde onderzoeken komen meisjes aan het woord die vertellen over hun seksualiteit, hun beleving en hun verlangens die bij hen aanwezig zijn (zie bijvoorbeeld Zani, 1991;  Lee, 1994; Tolman, 1991). De aanleiding van hun seksuele bewust-wording wordt in de meeste gevallen echter niet besproken. Kinsey et al (1953) noemen, zoals hierboven aangehaald, seksuele ervaringen als voorwaarde voor het seksuele bewustzijn bij vrouwen. Forel (1907) noemt in dit verband de coÔtus de aanleiding voor de seksuele wellustgewaarwording. Wat nu precies onder de seksuele ervaringen wordt verstaan is een grote vraag.
De tot nog toe aangehaalde voorbeelden betreffende de afwezigheid van seksuele verlangens of het uitblijven van een orgasme, hebben allen betrekking op mannen en/of vrouwen die het eerste geslachtsverkeer al hebben ondervonden. Er van uitgaande dat het seksuele bij vrouwen opgewekt en aangeleerd moet worden (Forel, 1907), is het waarschijnlijk dat het percentage meisjes of vrouwen waarbij de seksueel-gerichte verlangens of begeerten ontbreken, hierboven genoemd bij Kaplan, groter is bij de groep vrouwen die nog geen gemeenschap hebben gehad. Helaas zijn er weinig onderzoeken te vinden waarin dit onderzocht wordt. Veelal zijn de onderzoeken gericht op personen die al een seksuele relatie hebben (gehad).
In een boek dat gebaseerd is op een onderzoeksverslag van een aantal pedagogiekstudentes getiteld "Het gaat allemaal vanzelf" wordt geconcludeerd dat veel meisjes hun eigen lichaam slecht kennen. Ze zijn vies van hun geslachtsdeel, ze durven er niet aan te komen en schamen zich als ze dat wel doen. De lichamelijke rijping bij de meisjes betekent niet dat zij vanzelf ook seksueel plezier ontdekken. Ook weerhouden sommigen zich er bewust van prettige gevoelens bij zichzelf op te wekken. (Kitteklara, 1981) Welke ervaringen deze meisjes op seksueel gebied hebben gehad is echter niet duidelijk. 

Uit het bovenstaande kan voor een groot deel van de meisjes geconcludeerd worden dat de rijping van hun lichaam niet vanzelfsprekend leidt tot de ontwikkeling van een seksuele belevingswereld. Het krijgen van haar eerste orgasme lijkt niet zo zeer aan een bepaalde (lichamelijke) ontwikkelingsfase gekoppeld te zijn, maar is klaarblijkelijk afhankelijk van een trigger of aanleiding. Bij jongens lijkt dit juist wel sterk aan een bepaalde periode gekoppeld te zijn. Er zijn dus nog veel onduidelijkheden omtrent de ontwikkeling van de seksualiteit bij meisjes. In dit onderzoek zal nagegaan worden hoe de seksuele belevingswereld - seksueel gerichte gevoelens, gedachten, verlangens en lichamelijke reacties- tot stand komt en wat de verschillen tussen jongens en meisjes hierin zijn.
Onderzocht wordt in hoeverre er sekse-verschillen zijn in:
1) de leeftijd waarop, en de periode waarin men de eerste seksuele reacties beleefde;
2)sekseverschillen in de aard van de seksuele reacties en de ontwikkeling hierin;
3)de context en specifieke situatie die de aanleiding tot de eerste seksuele reactie vormde;
4)de beleving (gedachten en gevoelens) die gepaard gaat met de seksuele reacties.


II. Methode

II.1 Proefgroep
Op een landelijk christelijk studentencongres werden 150 vragenlijsten uitgedeeld aan studenten die na een korte uitleg bereid waren mee te werken aan het onderzoek. Via retour enveloppen werden 82 ingevulde formulieren terugontvangen waardoor een proefgroep werd verkregen van 28 mannen en 54 vrouwen. De leeftijd van de proefgroep varieert van 18 tot 26 jaar en de gemiddelde leeftijd is 21 jaar.

Voor de proefgroep studenten is gekozen omdat de seksuele ontwikkeling voor hen nog vers in het geheugen ligt. Hiernaast is het voor het onderzoek van belang dat er in de proefgroep personen zijn opgenomen die nog geen relatie van seksuele aard hebben gehad. Om de kans hierop te vergroten is voor een steekproef onder christelijke studenten gekozen (Verhofstadt-DenŤve, 1984). De proefgroep is ten gevolge hiervan niet representatief voor de Nederlandse samenleving, maar wel geschikt om licht te werpen op de centrale vraag van dit onderzoek.

II.2 De procedure
Voor het onderzoek werd een vragenlijst ontwikkeld die bestond uit een inleiding, 12 vragen welke betrekking hebben op de seksuele ontwikkeling en een ruimte voor eventuele opmerkingen of aanvullingen.
Om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen van de verschillen tussen mannen en vrouwen is ervoor gekozen ťťn vragenlijst voor beide seksen te gebruiken. Bij een aantal vragen (bijvoorbeeld over lichamelijke reacties) zijn de antwoordmogelijkheden echter wel aangepast aan de sekse.
In de inleiding werd het onderzoek geÔntroduceerd. Het onderwerp werd hierin toegelicht, het belang van het onderzoek verduidelijkt en de respondent werd voorbereid op de (soms intieme) vragen.
In aansluiting op de vraagstellingen van dit onderzoek kan de vragenlijst zelf onderverdeeld worden in vijf delen:
a. Algemeen (biografische gegevens)
b. Lichamelijke reacties
c. Leeftijd of periode vanaf wanneer men de seksuele reacties beleefde
d. De context waarin, of aanleiding waardoor de eerste seksuele reacties beleefd werden
e. De gevoelsmatige beleving van de eerste seksuele reacties

Ad a. Algemeen:
In dit deel werd gevraagd naar de huidige leeftijd, het geslacht en naar het wel of niet hebben gehad van een (seksuele) relatie. Wanneer men op de laatste vraag bevestigend antwoordde, werd tevens naar de leeftijd waarop de eerste relatie begon gevraagd. Hiernaast diende men de leeftijd aan te geven waarop de eerste menstruatie of zaadlozing plaatsvond.


Ad b en c. Lichamelijke reacties en de leeftijd of periode waarin deze voor het eerst beleefd werden:
Om na te gaan welke lichamelijke reacties reeds door de respondent beleefd werden, zijn vragen opgesteld omtrent de prikkelingen van de geslachtsorganen. Ten eerste werd men verzocht aan te geven op welke leeftijd men voor het eerst prikkelingen in de geslachtsorganen ervaarde. Deze vraag omvatte twee antwoordcategorieŽn: 1) nog nooit zo bewust ervaren en 2) op ongeveer . . - jarige leeftijd. Vervolgens werd naar de inhoud van de eventuele prikkelingen gevraagd. Om te kunnen onderzoeken in hoeverre de eerste lichamelijke reacties verband houden met de lichamelijke rijping (menstruatie of zaadlozing), werd per leeftijdsperiode het vůůrkomen van eventuele lichamelijke, seksuele reacties nagegaan. Als leeftijdsperiodes zijn gekozen: vůůr de eerste menstruatie of zaadlozing, na of vanaf de eerste menstruatie of zaadlozing en na het eerste seksuele contact. Voor de mannen bestonden de antwoordcategorieŽn uit: 1) erectie; 2) orgasme; 3) seksuele verlangens; 4) weinig of geen reacties; 5) anders, namelijk.... Voor de vrouwen bestonden deze uit: 1) verandering aan clitoris; 2) verandering aan vagina; 3) reactie aan borsten; 4) orgasme; 5) seksuele verlangens; 6) weinig of geen reacties; 7) anders, namelijk....

Ad d. De context waarin of aanleiding waardoor de eerste seksuele reacties beleefd werden
Om de aanleiding en context na te kunnen gaan waardoor of waarin de eerste seksuele reacties beleefd werden, werd gevraagd naar de situatie waarin of de bezigheid waardoor de respondent voor het eerst een seksueel geladen lichamelijke reactie bij zichzelf ontdekte. Dit zelfde werd gevraagd met betrekking tot het beleven van het eerste orgasme. De antwoordcategorieŽn bestonden voor beide vragen uit:
1) nog nooit zo expliciet meegemaakt; 2) door het horen of zien van iets dat erotisch geladen is; 3) door erotisch geladen aanrakingen; 4) bij toeval ontdekt; 5) door zelfstimulatie ontdekt; 6)  door stimulatie door anderen ontdekt en 7) anders, namelijk.....

Ad e. De beleving die gepaard gaat met de eerste seksuele reacties
Om de beleving, die samen gaat met de eerste seksuele, lichamelijke reacties, te achterhalen werd gevraagd naar de seksueel geladen fantasieŽn of gedachten die de respondent had bij respectievelijk de eerste zaadlozing of menstruatie en de eerste prikkeling van hun geslachtsorganen. Als antwoordmogelijkheden werden gegeven: 1) nooit als iets seksueels ervaren; 2) deze link legde ik pas later; 3) vanaf het begin was het een seksueel geladen ervaring; 4) in de loop van de tijd werd de beleving intenser en completer of 5) anders, namelijk....


III. Resultaten

III.1 Sekse-verschillen in de leeftijd waarop, of periode waarin de eerste seksuele reacties beleefd werden
De eerste onderzoeksvraag richt zich op het wel of niet bestaan ven een sekseverschil in de leeftijd   waarop of periode waarin men de eerste seksuele reacties beleefde. Om dit na te gaan werd de gemiddelde leeftijd waarop de eerste seksuele reacties plaatsvonden per sekse berekend en met elkaar vergeleken. Ook werd de spreiding van de leeftijden per sekse bekeken en vergeleken.
Van de mannen duidde 17 procent de antwoordmogelijkheid ĎIk heb dit niet zo bewust ervaren' aan. Bij de vrouwen was dit percentage 28 procent. Van de overige mannen is de gemiddelde leeftijd waarop de eerste prikkeling plaatsvond 12.3 jaar (SD=2.12). Bij de vrouwen is dit 13.56 jaar (SD=3.05). Het verschil in leeftijd was niet significant (t=-1.87, p>.05).
Om te zien of het moment van lichamelijke rijpheid (menstruatie of zaadlozing) verband houdt met het hebben van lichamelijke of seksuele reacties is tevens de leeftijd waarop de eerste menstruatie of zaadlozing plaatsvond per sekse berekend, vervolgens is de correlatie tussen de leeftijd waarop de eerste menstruatie of zaadlozing plaatsvond en de leeftijd waarop de eerste keer de geslachtsorganen geprikkeld werden berekend. Bij mannen vond de eerste zaadlozing plaats op een gemiddelde leeftijd van 13.7 jaar (SD= 1.94). Bij vrouwen vond de eerste menstruatie plaats op een gemiddelde leeftijd van 13.2 jaar (SD=1.27) Het verschil in leeftijd was niet significant (t=1.28, p>.05). De correlatie tussen de zaadlozing en de eerste prikkelingen was bij mannen .62 (p<.05), waaruit duidelijk blijkt dat dit met elkaar correleert. Bij vrouwen echter was de correlatie tussen de eerste menstruatie en de eerste prikkelingen .18 (p>.05), echter niet significant..

III.2 Sekse-verschillen in de aard van de seksuele reacties
Om te toetsen of er verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan wat betreft de aard van de eerste seksuele ervaring -de tweede onderzoeksvraag- wordt nagegaan of er significante verschillen zijn tussen het percentages mannen en het percentages vrouwen welke aangeven de diverse lichamelijke reacties te hebben ervaren. Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende levensperioden. Tabel 1 toont de percentages bij de diverse reacties in de periode vůůr de eerste zaadlozing of menstruatie en nŠ de eerste zaadlozing of menstruatie. Als genitale reactie is voor mannen de erectie en voor vrouwen de clitorale of vaginale reactie genomen.

Tabel 1.Sekse-verschillen in de ervaring van verschillende lichamelijke reacties die in de periode voor  en de periode na de zaadlozing c.q. menstruatie plaatsvonden.
                                                   Mannen %        Vrouwen %               Chi-Square
Voor Genitale reactie                  75                        15                               29.2*
Orgasme                                         7                          7                                  0.0
Weinig of geen reacties             14                         57                                14.0*
NaGenitale reacties                    89                         28                                27.9*
Orgasme                                       85                        24                                28.3*
Weinig of geen reacties                0                         20                                  6.5
(*p<.05)

Uit Tabel 1 blijkt dat slechts een minderheid van de vrouwen (vijftien procent) aangeeft vůůr haar eerste menstruatie lichamelijke reacties te hebben ervaren. Na de eerste menstruatie neemt het percentage iets toe, maar blijft laag (28 procent). Een nog kleinere minderheid geeft aan een orgasme te hebben beleefd (zeven procent vůůr en 24 procent na de eerste menstruatie). De antwoordcategorie Ďweinig of geen reacties' toont dat 57 procent van de vrouwen expliciet aangeeft in de periode voor haar menstruatie weinig of geen reacties te hebben ervaren. Na de menstruatie is dit percentage verminderd tot twintig procent.
Het overgrote deel van de mannen gaf aan  voor hun zaadlozing reeds een erectie te hebben  gehad. In de periode na de eerste zaadlozing treedt er echter een zeer duidelijke verschuiving op: voor de zaadlozing hebben slechts zeven procent van hen een orgasme gehad, na de zaadlozing is dit percentage gestegen tot 85.7 procent. Opvallend is het slechts geringe percentage dat aangeeft weinig of geen reacties te hebben gehad. In de periode na de zaadlozing is dit zelfs nul procent.
Significante verschillen tussen beide seksen zijn in nagenoeg alle categorieŽn te vinden. Vrouwen geven in vergelijking tot mannen minder frequent aan lichamelijke reacties te beleven. Enkel de categorie 'orgasme voor de menstruatie c.q. zaadlozing' laat geen verschil zien: zowel van de mannen als van de vrouwen geeft circa zeven procent aan reeds een orgasme te hebben gehad voor de eerste menstruatie c.q. zaadlozing. Na de menstruatie c.q. zaadlozing echter, wordt een opvallend verschil zichtbaar tussen de percentages mannen en vrouwen welke aangeven een orgasme te hebben beleefd (p=.00).

III.3.1 Sekse-verschillen in de context van de eerste seksuele reacties
De derde onderzoeksvraag handelt over de context waarin men de eerste seksuele reactie beleefde.  Tabel 2 toont de percentages mannen en vrouwen  welke aangeven hun eerste seksuele reacties beleefd te hebben in de desbetreffende contexten.

Tabel 2. Sekse-verschillen in de context waarin de eerste seksuele reacties beleefd zijn
                                                        Mannen %         Vrouwen %         Chi-Square
Nooit beleefd                                      0.0                      3.8                        1.063
Van degenen die wel seksuele reacties beleefd hebben:
Door het zien van iets erotisch        25.0                    25.0                        0.000
Door het horen van iets erotisch      21.4                    40.4                       2.925
Door erotisch geladen aanrakingen  7.1                    17.3                       1.586
Door toeval                                         42.9                    15.4                       7.326*
Door zelfstimulatie                              32.1                    11.5                      5.072*
Door stimulatie van een ander            0.0                    15.4                       4.786*
(*p<.05)

Uit tabel 2 blijkt dat slechts een klein percentage vrouwen (3.8 procent) aangeeft nog nooit seksuele reacties beleefd te hebben. Van degenen die wel seksuele reacties hebben ervaren, duidt 25 procent het zien van iets dat erotisch geladen was aan als context waarin de seksuele reacties plaatsvonden. Tevens duidt veertig procent (het hoogste percentage) het horen of lezen van iets dat erotisch geladen was als context aan.
Alle deelnemende mannen gaven aan seksuele reacties te hebben ervaren. Bij de meesten van hen wordt als aanleiding Ďtoeval' (42.9 procent) of  Ďzelfstimulatie' (32.1 procent) genoemd. Zeer opvallend is dat de laatste categorie 'door een ander' in geen enkel geval  werd genoemd
Uit Tabel 2 blijken er verder significante sekseverschillen te zijn op de laatste drie antwoordcategorieŽn. Meer mannen dan vrouwen beleefden de eerste seksuele reacties door zelfstimulatie. Tevens gaf een hoger percentage mannen aan de eerste seksuele reacties voor het eerst 'bij toeval' te hebben ervaren. Van de vrouwen duidde echter 15.4 procent tevens 'stimulatie door een ander (seksueel contact)' als context aan, terwijl geen van de mannelijke respondenten dit als context aanduidde.

III.3.2 Sekse-verschillen in de context van het eerste orgasme
Naast de context van de eerst ervaren seksuele reacties is er ook specifiek gekeken naar de context van de eerste beleving van het orgasme. Tabel 3 laat zien in welke contexten mannen en vrouwen hun eerste orgasme beleefden, uitgedrukt in percentages.

Tabel 3.Sekse-verschillen in de context waarin voor het eerst een orgasme beleefd werd
                                                                 Mannen %       Vrouwen %          Chi-Square
Nooit beleefd                                                  7                       41                         10.1*
Van degenen die wel een orgasme hebben beleefd:
Door het zien van iets erotisch                      8                         3                            0.6
Door het horen of lezen van iets erotisch   12                         3                            1.6
Door erotisch geladen aanrakingen             4                          0                            1.3
Door toeval                                                    31                       13                             2.9
Door zelfstimulatie                                        62                        47                            1.2
Stimulatie van een ander                               0                         22                           6.5*
(*p<.05)

Bovenstaande tabel  laat zien dat van de vrouwen 40.7 procent aangeeft nog nooit een orgasme te hebben gehad. Van de vrouwen die wel een orgasme hebben gehad, geeft 46.9 procent 'zelfstimulatie' als context waarin ze die kregen en 21.9 procent 'stimulatie door een ander'.
Van de mannen geeft slecht een gering percentage (7%) aan nooit een orgasme te hebben beleefd. Van de overige mannen duidt de meerderheid 'zelfstimulatie' aan als de context waarin ze hun eerste orgasme beleefden (61.5%). Hiernaast wordt 'toeval' veelvuldig aangeduid (30.8%).
Vooral de antwoordcategorie 'eigenlijk heb ik nog nooit een orgasme gehad' toont een duidelijk verschil tussen beide seksen. Aanzienlijk meer vrouwen dan mannen duiden deze antwoordcategorie aan. Tevens  blijkt uit Tabel 3 dat door de vrouwen die wel een orgasme hebben beleefd frequenter de context 'door stimulatie door een ander' als context van het krijgen van hun eerst orgasme wordt aangegeven. Geen van de mannen gaf aan zijn eerste orgasme in deze laatstgenoemde context te hebben beleefd.

III.4.1 Sekse-verschillen in de beleving van de eerste seksuele reacties
De vierde onderzoeksvraag handelt in de eerste plaats over de eventuele verschillen tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de beleving (gedachten en gevoelens) van seksuele reacties. Tabel 4 toont de percentages van mannen en vrouwen die aangeven bepaalde gedachten te hebben die samengaan met de zaadlozing en menstruatie en met de eerste seksuele reacties.


Tabel 4.Sekse-verschillen in de gedachten die samengaan met de zaadlozing of menstruatie en met de eerste seksuele reacties
                                                                Mannen %        Vrouwen %          Chi-Square
Over de zaadlozing of menstruatie
Nooit ervaren als seksueel                    3.6                      85.2                      50.203*
Link later gelegd                                  46.4                       13.0                      11.198*
Vanaf begin seksueel ervaren              9.8                         1.2                      13.473*
In loop van tijd als seksueel ervaren   21.4                         0.0                      12.485*
Over de prikkelingen van de geslachtsorganen
Nooit ervaren als seksueel                    3.7                        12.5                        1.580
Link later gelegd                                   46.4                        39.6                         0.340
Vanaf begin seksueel ervaren             32.1                       18.8                         1.755
In loop van tijd als seksueel ervaren    17.9                       25.0                         0.520
(*p<.05)

Tabel 5 laat zien dat de overgrote deel van de vrouwen hun menstruatie niet als iets seksueels ervaart (85.2 procent). Dertien procent geeft aan deze link wel te leggen, alleen later. Hiernaast worden de eerste prikkelingen bij de meerderheid wel als iets seksueels ervaren. De manier waarop de link wordt gelegd is zeer gevarieerd. Het hoogste percentage wordt gevonden bij de categorie "link later gelegd".
Van de mannen beleeft 96.4 procent de zaadlozing als iets seksueels. Hiervan ervaart 9.8 procent het vanaf het begin als iets seksueels, 46.4 procent legt de link pas later en 21.4 procent ervaart het in de loop van de tijd als meer seksueel. Wat betreft de eerste prikkelingen geeft bijna de helft van de mannen aan de link later gelegd te hebben, terwijl een derde de prikkelingen vanaf het begin als seksueel ervaren.
Het enige significante verschil tussen mannen en vrouwen, is dat vrouwen hun menstruatie niet als iets seksueels ervaren en mannen hun zaadlozing wel als iets seksueels ervaren.

III.4.2  Sekse-verschillen in de beleving van de relaties
Om na te gaan in hoeverre er sekse-verschillen bestaan in de beleving, de gedachten of gevoelens, die men bij het hebben van een relatie heeft, is getoetst of er zich verschillen in percentages voordoen wat betreft de verschillende fantasieŽn. Tabel 5 laat deze percentages zien.


Tabel 5. Sekse-verschillen in de beleving van relaties in de periode voor en na de zaadlozing of menstruatie
                                                                 Mannen %        Vrouwen %         Chi-Square
Voor
Romantische gevoelens of gedachten     39.3                   44.4                      0.201
Kameraadschappelijke gevoelens           32.1                   61.1                      6.193*
Erotische gevoelens of gedachten           25.0                      5.6                      6.512*
Verliefde gevoelens                                   60.7                    50.0                      0.851
GezinsstichtingsfantasieŽn                       10.7                    14.8                      0.267
Na
Romantische gevoelens of gedachten      71.4                   72.2                      0.006
Kameraadschappelijke gevoelens            46.4                   61.1                      1.614
Erotische gevoelens of gedachten            92.9                   45.6                    17.001*
Verliefde gevoelens                                    75.0                   70.4                       0.196
GezinsstichtingsfantasieŽn                         21.4                   38.9                      0.255
(*p<.05)

Uit tabel 5 blijkt dat 61.1 procent van de vrouwen kameraadschappelijke gevoelens of gedachten had in de levensfase voor de eerste menstruatie. Tevens geeft vijftig procent aan hierbij verliefde gevoelens te ervaren en 44.4 procent duidt romantische gedachten of gevoelens aan. Erg laag is het percentage dat erotische gevoelens heeft (5.6%). In de periode na de eerste menstruatie zijn de percentages verschoven en heeft 72.2 procent van de vrouwen romantische gedachten, 70.4 procent heeft verliefde en 61.1 procent heeft kameraadschappelijke gevoelens. Het percentage vrouwen met erotische gevoelens is in deze periode 45.6 procent.
Van de mannen geeft 60.7 procent aan voor hun eerste zaadlozing verliefde gevoelens te hebben, 39.3 procent heeft romantische gevoelens en 32.1 procent van hen heeft kameraadschappelijke gevoelens. In de periode vanaf hun eerste zaadlozing heeft 92.9 procent van de jongens erotische gedachten of gevoelens, 75.0 procent verliefde en 71.4 procent heeft romantische gevoelens.
Uit deze tabel blijkt dat er een significant verschil is tussen mannen en vrouwen in de periode voor de menstruatie of zaadlozing op de categorieŽn kameraadschappelijke gevoelens en erotische gevoelens: vrouwen hebben meer kameraadschappelijke gevoelens, in tegenstelling tot  mannen die meer erotische gevoelens beleven. Het percentage vrouwen dat na de eerste menstruatie erotische gedachten en/of fantasieŽn krijgt, stijgt. Toch blijft het aantal lager bij vrouwen dan bij mannen. Op de andere categorieŽn zijn er geen significante verschillen gevonden.


IV. Discussie

Een algemene conclusie die we op grond van de gerapporteerde resultaten kunnen trekken is dat er wat betreft de seksuele ontwikkeling, zoals te verwachten, overeenkomsten maar ook zeer belangrijke en duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen gevonden zijn.
In het licht van de vraagstelling zoals deze in de inleiding aan de orde is gekomen kan ten aanzien van de eerste vraag geconcludeerd worden dat er een duidelijk sekse-verschil te constateren is in de periode waarin de eerste seksuele reacties beleefd werden. De gemiddelde leeftijd waarop men aangeeft de eerste seksuele reacties beleefd te hebben is weliswaar bij mannen en vrouwen gelijk. Ook is er geen duidelijk verschil in de leeftijd waarop de eerste menstruatie bij vrouwen en de eerste zaadlozing bij mannen plaatsvond. Wel is er een duidelijk verschil in de samenhang van lichamelijke rijping en het ervaren van seksuele prikkelingen te constateren. In tegenstelling tot de gevonden samenhang hiertussen bij mannen, is er bij vrouwen geen zichtbaar verband wat dit betreft te ontdekken. Het moment van lichamelijke rijping, de menstruatie, is geen vanzelfsprekende predictor voor seksuele, lichamelijke prikkelingen. De twee gegevens blijken geheel los van elkaar te staan: bij vrouwen is er geen specifieke periode te constateren waarin ze haar eerste seksuele reacties beleeft, dit lijkt niet afhankelijk te zijn van haar lichamelijke rijpheid.

Wat betreft de lichamelijke, seksuele reacties, de tweede onderzoeksvraag, kan gesteld worden dat zowel voor als na de eerste menstruatie minder vrouwen aangeven genitale reacties te ervaren dan mannen voor en na de eerste zaadlozing. Dit kan ook mede veroorzaakt worden door de onduidelijkheid omtrent de genitale reacties bij de vrouw. Bij haar zijn deze reacties inwendig en daardoor minder zichtbaar en concreet dan bij mannen. Anderzijds is het tevens mogelijk dat een deel van de vrouwen deze prikkels werkelijk nog niet ervaren hebben.
Het orgasme blijkt voor de eerste zaadlozing of menstruatie bij beide seksen slechts door een  zeer klein percentage beleefd te zijn. Na het punt van lichamelijke rijping echter, wijken de percentages van de seksen aanzienlijk af. Van de vrouwen geeft slechts een kwart aan een orgasme te hebben beleefd, terwijl van de mannen de overgrote meerderheid aangeeft dit beleefd te hebben. Benoemenswaardig hierbij is het feit dat de gemiddelde leeftijd van de respondenten reeds 21 jaar bedraagt. Hieruit kan tevens weer de veronderstelling bevestigd worden dat vrouwen niet vanzelfsprekend rond een bepaalde leeftijd een duidelijke seksuele beleving hebben, zelfs niet in een leeftijd waarop men lichamelijk geheel volwassen is.

Naar aanleiding van bovengenoemde bevestiging rijst automatisch de vraag wat bij vrouwen dan wel die seksuele belevingswereld tot realiteit maakt -de derde onderzoeksvraag-; is het inderdaad de eerste coÔtus-ervaring, zoals Forel (1907) dit veronderstelde, of kunnen ook andere zaken dit bewerkstelligen? Uit de resultaten blijkt dat de meest genoemde context van de eerste seksuele reacties -het orgasme wordt hieronder niet gerekend- bij vrouwen het horen van iets erotisch is is. In tegenstelling tot bij mannen worden de categorieŽn "toeval" en "zelfstimulatie" bij hen in verhouding weinig aangeduid. Het meest in het oog springende is echter de vijftien procent van de vrouwen die als context voor de eerste seksuele reacties "door stimulatie van een ander" aangeeft, terwijl geen enkele man deze context aanduidt. Mannen geven hoofdzakelijk "toeval" als context en daarnaast "zelfstimulatie". Voor het beleven van seksuele prikkels blijken vrouwen dus niet enkel afhankelijk te zijn van de stimulatie door een ander persoon. Wel blijken de contexten bij hen duidelijk aanleidingen van buitenaf te zijn, terwijl dit bij mannen niet het geval is. Bij mannen  zijn de voornaamste contexten stimuli waarin ze zelf een voorname rol spelen.
Ongeveer veertig procent van de vrouwen geeft expliciet aan nog nooit een orgasme te hebben beleefd, terwijl ze reeds volwassen zijn. In vergelijking tot de mannen is dit percentage zeer hoog. Bij degenen die wel een orgasme beleefd hebben wordt het zien, horen of lezen van iets dat erotisch geladen was, duidlijk minder als context aangegeven dan het geval was bij seksuele prikkels. De eerste beleving van het orgasme blijkt bij mannen zowel als vrouwen voor het overgrote deel door zelfstimulatie te zijn ervaren. Evenals bij het beleven van seksuele prikkels wordt bij het ervaren van het eerste orgasme "stimulatie van een ander" enkel door vrouwen aangeduid. Dit percentage bedraagt bij het orgasme zelfs twintig procent. Dit percentage vrouwen bevestigt de veronderstelling dat de seksuele gevoelens "opgewekt" worden en dus latent aanwezig zijn. Helaas is "stimulatie van een ander" niet expliciet gemaakt. Het is dus niet duidelijk wat de respondenten hier precies onder verstaan. Hierdoor kan niet gesteld worden  dat de coÔtus voor deze vrouwen het orgasme -de wellustgewaarwordingen- veroorzaakt.

Tevens is getoetst of er een verschil is tussen mannen en vrouwen wat betreft de kennis of aanwezige gedachte rond seksuele gevoelens en prikkelingen; de laatste onderzoeksvraag. In de beleving van prikkelingen van de geslachtsorganen kunnen in dit onderzoek geen verschillen tussen mannen en vrouwen gevonden worden. Van beide seksen geeft de grote meerderheid aan deze prikkelingen, zeker in de loop van de tijd, als iets seksueels te ervaren. De vraag die hierbij van belang is, is wat er door de verschillende partijen onder "seksueel" verstaan wordt. Uit de resultaten blijkt dat vrouwen minder aangeven erotische gevoelens in een relatie te hebben. Tevens geven vrouwen duidelijk minder aan, zowel voor als na de menstruatie, seksuele verlangens te hebben.  Hieruit zou bevestigd kunnen worden dat vrouwen inderdaad meer de nadruk leggen op de intimiteit en het hele complex aan gevoelens en de gevolgen, dan op de erotische gebeurtenis zelf wanneer het aankomt op een relatie, zoals in de inleiding werd aangehaald.          
De meerderheid van de meisjes hebben hun menstruatie nooit als iets seksueels beleefd. Dit was op voorhand reeds te verwachten. Van de jongens echter, geeft de grote meerderheid aan hun zaadlozing als iets seksueels te hebben ervaren. De meeste onder hen heeft deze link echter later gelegd. Wat bij dit gegeven van belang is, is het feit dat jongens automatisch bij het volwassen-worden, bij hun lichamelijke rijping, een lichamelijke gebeurtenis plaatsvindt, welke vrijwel altijd gekoppeld wordt aan seksualiteit. Bij vrouwen is dit niet het geval. Vrouwen beleven geen specifieke lichamelijke verandering, gekoppeld aan een bepaald rijpingsproces, die een aanleiding vormt tot het ontdekken van hun seksuele gevoelens.

In dit onderzoek is vooral gekeken naar de sekse-verschillen in de ontwikkeling, ofwel in het ontstaan, van de seksuele beleving. Uitgegaan werd van het gegeven dat seksualiteit zich bij vrouwen meer door uitwendige triggers ontwikkelt en daarmee niet vanzelfsprekend kennis hebben van het seksuele. Doordat jongeren en adolescenten reeds zoveel gehoord en gezien hebben via de media, is het echter moeilijk na te gaan wat men zonder deze invloeden op seksueel gebied zou weten en beleven. Het horen, lezen en zien van iets dat erotisch geladen was, is voor een groot deel van de respondenten een context geweest waarin men de eerste seksuele, lichamelijke prikkelingen ervaarde. Het is goed mogelijk dat dit ook aan heeft gezet tot bepaalde handelingen, zoals bewuste zelfstimulatie. Hierdoor is het in dit onderzoek moeilijk gebleken om bepaalde conclusies te trekken.
De vergelijking tussen personen met en zonder relatie of voor en na (of tijdens) een relatie had veel extra informatie kunnen verschaffen wat betreft het wel of niet aanwezig zijn van verschillende aspecten van de seksualiteit. Het is zeer goed mogelijk dat hierbij duidelijke verschillen gevonden zouden kunnen worden tussen mannen en vrouwen. In eerste instantie is getracht dit aspect ook te onderzoeken. De steekproef bleek qua omvang echter niet aan de eisen te voldoen om op basis daarvan conclusies te kunnen trekken. Bij een groot deel van de vrouwen die een relatie hadden (gehad), was te constateren dat ze na of tijdens een relatie duidelijk aangaven meer seksuele verlangens en gevoelens te hebben dan daarvoor. Dit zou tevens een  goed aanknopingspunt kunnen  zijn voor een vervolgonderzoek, te meer om na te gaan of verlangens en gevoelens echt opgewekt worden in een relatie, waaruit je zou kunnen concluderen dat deze latent aanwezig zijn.

Bij de interpretatie van de gegevens van dit onderzoek moet ook rekening gehouden worden met een retrospectieve bias. Er kan niet vanuit gegaan worden dat de herinneringen van de respondenten volledig waarheidsgetrouw zijn. Een cross-sectioneel vervolgonderzoek zou dan ook  van grote waarde zijn.      
Zoals in de methode werd vermeld is de proefgroep van dit onderzoek niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Voor een vervolg onderzoek zou het dan ook interessant zijn, een grotere en meer representatieve steekproef te gebruiken waarbij de groep tevens te verdelen is in personen die nooit enige vorm van seksueel contact hebben gehad en personen die dit wel hebben (gehad). Tevens is het aan te raden de vragen specifieker en concreter te maken. Een aantal vragen uit dit onderzoek zijn achteraf onduidelijk gebleken en konden daardoor verschillend geÔnterpreteerd worden. Hierdoor was het leggen van verbanden en het trekken van duidelijke conclusies niet altijd mogelijk. Hierbij kan bijvoorbeeld de vraag naar het hebben gehad van een seksuele relatie aangehaald worden; het was onduidelijk wat hier precies onder verstaan werd, waardoor dit gegeven niet bruikbaar was.
Een aantal belangrijke vragen die wellicht in een volgend onderzoek aan de orde kunnen komen zijn bijvoorbeeld vragen omtrent de leeftijd waarop men zijn of haar eerste orgasme had, wanneer men ongeveer voor het eerst het verlangen had om met iemand naar bed te gaan, in hoeverre men door druk van buiten af gedreven wordt om je seksueel te ontwikkelen, en in hoeverre zij daar zelf behoefte aan hebben, wat men aan seksuele gevoelens voor het eerst ontdekt binnen een relatie, die daarbuiten nog nooit ontdekt of beleefd zijn.

Zoals reeds vermeld werd kan door het resultaat van dit onderzoek bevestigd worden dat men rekening dient te houden met de verschillen tussen mannen en vrouwen in de seksuele ontwikkeling. Mede voor de hedendaags voorlichting heeft dit consequenties. Men dient rekening te houden met het feit dat het niet vanzelfsprekend is dat ieder meisje seksuele verlangens en gevoelens heeft. Een mening die mede door de resultaten uit dit onderzoek ontstaan is, is dat in de seksuele voorlichting voorkomen moet worden dat meisjes gaan denken dat ze niet normaal zouden zijn wanneer ze geen seksuele verlangens of gevoelens hebben en zich daar ook niet gericht mee bezig willen houden. De gedachte dat ze niet normaal zouden zijn dringt zich vaak aan hen op doordat ze door de voorlichting vaak gestimuleerd worden zichzelf op seksueel gebied te onderzoeken en te ontdekken, terwijl ze hier van nature maar weinig behoefte aan hebben. Seksuele gevoelens en verlangens hoeven niet opgewekt te worden wanneer ze ter zijne tijd in een relatie op een minder kunstmatige en egocentrische manier beleefd en ervaren kunnen worden.  
De bevindingen in dit onderzoek kunnen tevens van nut zijn voor zowel therapeuten als cliŽnten die betrokken zijn bij de behandeling van seksuele problemen in de klinisch-psychologische hulpverlening.



Literatuur

  Barbach, (1974)

Davison, G. C., Neale, J. M. (1993). Sexual dysfunctions. Abnormal Psychology. New York: John Wiley & Wons, Inc.

Fine, (1988)

Forel, A. (1907). De gestlachtsdrift. Het sexuele vraagstuk. Amsterdam: N.V. Gebr. Graauw's Uitgevers-maatschappij.

Hawton, K. (1984). Sex Therapy, a practical guide. Oxford: Oxford University Press.

Kaplan, H. S. (1995). The Sexual Desire Disorders, dysfunctional regulationof sexual motivation. New York: Brunner/Mazel, Publishers.

Kinsey, A. C., Pomeroy, W.B., Martin, C.E., Gebhard, P. H. (1953). Pre-adolescent sexual development. Sexual behavior in the human female. Philadelphia and London: W. B. Saunders Company.

Kitteklara, M. (1981). Het gaat allemaal vanzelf. Amsterdam: USA.

Lee, J. (1994). Menarche and the (hetero)sexualization of the female body. Gender & Society, 8, 343-362

Mead, (19)

Tolman, (1992)

Tolman, D. L. (1994). Doing desire, adoloscent girls' struggles for/ with sexuality. Gender & Society, 8, 324-342.

Zani, B. (1991). Male and female patterns in the discovery of sexuality during adoloscence. Journal of Adoloscence, 14, 163-178.