Een goede omgang met elkaar en met God
Voor een goede omgang met elkaar en met God is het nodig dat we leren elkaar te vergeven. God vindt dat zelfs zo belangrijk, dat Hij het als een voorwaarde stelt om ooit zelf vergeving te ontvangen.
Dat zei Jezus in Mt.6:12,14,15: "Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven."

Hoe wij behoren te vergeven
Vergeven kan erg bevrijdend werken. Maar soms kan de bovengenoemde uitspraak van Jezus erg bedreigend overkomen. Dat komt omdat we de indruk hebben dat we altijd iedereen moeten kunnen vergeven. Maar dat is een misverstand. Want hoe moeten wij vergeven? Zoals God in Christus ons vergeving geschonken heeft, staat er in Ef.4:32.
Wanneer we zondigen tegen God, dan brengt dat scheiding, dat verbreekt de relatie met Hem. God kan en wil ons dat graag vergeven, maar niet zo maar. Hij kan alleen maar vergeven wanneer die zonde wordt erkend en losgelaten.
Het doel van vergeving is het wegnemen van schuld zodat de relatie wordt hersteld en we met een schone lei verder kunnen gaan. Zo vergeeft God ons. En zo behoren we ook elkaar te vergeven.


Zonder berouw geen vergeving
God heeft de wereld lief en is vergevensgezind jegens iedereen. Maar vergeven kan Hij pas wanneer er sprake is van berouw en bekering. Zijn liefde gaat namelijk nooit ten koste van Zijn gerechtigheid.
Zo is het ook in relaties tussen mensen onderling: wanneer er bewust onrecht wordt gepleegd ten opzichte van elkaar, dan moet dat uitgepraat worden en worden beindigd. Degene die onrecht heeft geleden, moet dan vergeven. En het leed dat er het gevolg van was, moet dan aanvaard worden. Dat is de prijs die bij de vergeving betaald wordt zoals Jezus dat ook voor ons heeft gedaan.

Heb je vijanden lief
We moeten onze vijanden liefhebben, ze zegenen en voor ze bidden, zegt Jezus in de Bergrede. Maar houdt niet automatisch in dat je ze ook vergeven kunt. Dat kan God ook niet. Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden. Maar vergeven kan Hij pas wanneer de bozen hun schuld belijden en zich bekeren.
Zo behoren ook wij te handelen tegenover degenen die ons onrechtvaardig behandelen: we mogen voor ze bidden en ze zegenen en liefhebben. Maar vergeven kunnen we ze pas wanneer ze daarom vragen, vrede met ons willen sluiten en hun vijandschap afleggen.

Geen berouw
Maar wat moet er gebeuren wanneer de tegenpartij dat niet wil, geen schuld erkent en in zijn houding volhardt?
Jezus spreekt daarover in Mt.18:15-18 en in Lk.17:3,4.
"Indien uw broeder (tegen u) zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, indien hij berouw heeft, vergeef hem, dan hebt gij uw broeder gewonnen. En zelfs indien hij zeven maal per dag tegen u zondigt en zeven maal tot u terugkomt en zegt: ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede... Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar."
In zo'n geval spreekt Jezus dus niet meer over vergeven.

Negatieve gevoelens
Maar als vergeven niet mogelijk is omdat de tegenpartij alle schuld ontkent en volhardt in het onrecht, betekent dat dan dat we moeten blijven rondlopen met een verbitterd hart en wraakgevoelens? Gelukkig niet. Daarmee moeten we handelen zoals Jezus dat deed.
"Die, als Hij gescholden werd, niet terugschold, en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt," staat er in de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 2 vers 23.
Het is de bedoeling dat we leren onze rechtszaken aan God over te geven wanneer we onze vergeving niet kwijt kunnen.

God is een rechtvaardige Rechter
We kunnen met het onrecht dat ons wordt aangedaan bij God terecht. Het Koninkrijk van God is namelijk een rechtsstaat waar de rechtspraak berust bij de meest ideale rechterlijke macht die er is: God, de Alwetende en Almachtige, de volmaakt onpartijdige en rechtvaardige Rechter, die het allerbeste voor heeft met alle partijen.
En hoe meer we Zijn volmaaktheid als Rechter gaan beseffen, hoe makkelijker het wordt onze rechtszaken helemaal aan Hem over te geven. Hij weet alles, zowel van ons als van de tegenpartij. Ook alle verzachtende omstandigheden van de tegenpartij die ons wellicht onbekend zijn. Dus als we onze rechtszaken aan Hem toevertrouwen, weten we zeker dat die naar genade en recht zullen worden behandeld. Daar behoeven we absoluut niets meer aan toe te voegen.

Volkomen bevrijding
Naarmate we zicht krijgen op God als onze rechtvaardige Rechter, zijn we in staat om net als Jezus alle rancuneuze gedachten en gevoelens los te laten en volkomen aan God over te geven. Het is enorm bevrijdend te weten, dat God onze rechtszaken volmaakt rechtvaardig behartigt. Dat kan ons zo vrij maken, dat we tot onze verwondering zelfs in staat zullen zijn onze vijanden te eten te geven als ze honger hebben. En te laten drinken als ze dorstig zijn. Zo overwinnen we het kwade door het goede en verbreken we harde harten schrijft Paulus in Rom.12:19-21.
In de praktijk zijn daar wonderlijke voorbeelden van. Zodra wij onze rechtszaak aan God toevertrouwen, is de aandacht niet meer gefixeerd op de tegenpartij en op het onrecht. Dan wordt je aandacht gericht op God. Dan sta je open voor Hem zodat Hij je de dingen kan laten zien zoals Hij ze ziet. Ook ten aanzien van jezelf: je ogen gaan open voor datgene wat er eventueel bij jezelf fout zit, een balk of een splinter! Dat kun je dan belijden aan de tegenpartij. Misschien wel de eerste stap is in het proces van verzoening!
Maar afgezien daarvan kan God dan aan het hart van de tegenpartij gaan werken. Want omdat we zelf niet meer zelf op onze rechten staan, maar onze rechtszaak aan Hem toevertrouwd hebben, lopen we Hem om zo te zeggen niet meer voor de voeten en heeft Hij de gelegenheid om in te grijpen.


Vergeven of overgeven
Dus, zo mogelijk vergeven. En wanneer dat niet mogelijk is, overgeven aan Hem die rechtvaardig oordeelt. In beide gevallen is een grote innerlijke vrijheid tegenover onze medemensen het gevolg, ook in de kleine dingen.

Onvoorwaardelijke vergeving en de gevolgen ervan
Bij veel christenen leeft echter de gedachte dat God toch van ons vraagt dat we iedereen te allen tijde onvoorwaardelijk en eenzijdig vergeven. Onvoorwaardelijke vergeving is het vergeven van onrecht dat je wordt aangedaan zonder dat er sprake is van berouw of bekering van de tegenpartij.
Ook in de zielszorg komen we deze gedachte vaak tegen waarbij de onvoorwaardelijke vergeving gezien wordt als de enige manier om bevrijd te worden van verbittering, wrok en haatgevoelens. 
Daarbij moeten we echter een aantal zaken niet vergeten:

1. Bij onvoorwaardelijke vergeving ben je meer uit op je eigen belang dan op dat van de ander. Je vergeeft om zelf bevrijd te worden: bevrijd te worden van wrok, van een gekwetst rechtvaardigheidsgevoel en van een verlangen naar genoegdoening. En vooral ook om in aanmerking te kunnen komen voor Gods vergeving. Bewogenheid en liefde voor de tegenpartij spelen hierbij nauwelijks een rol. Daarom is dit een oneigenlijk gebruik van vergeving.

2. Wanneer je moet vergeven, ongeacht de houding van de tegenpartij, zul je worden geconfronteerd met een gevoel van onvermogen. En ook van onwil omdat het voor je besef niet eerlijk is en onrechtvaardig. Dat brengt je in conflict met God die van je zou eisen dat je toch vergeeft. Het gevolg is dat je je tegenpartij, naast het onrecht dat hij je aandoet, ook nog gaat verwijten dat hij de oorzaak is van dat conflict met God. Dat maakt het vergeven nog onmogelijker. Het wakkert het verwijt aan en er ontstaat haat in plaats van liefde: een vicieuze cirkel.

3. Vergeving bevrijdt niet van haat, verwijt en wrok. Wanneer je wrok in je hart hebt en verbitterd bent, kn je zelfs niet vergeven! Wrok, haat en verwijt die het gevolg zijn van geleden onrecht, verdwijnen alleen maar wanneer het gezonde, door God geschonken rechtvaardigheidsgevoel bevredigd wordt, hetzij doordat de tegenpartij tot andere gedachten komt en vergeving vraagt, hetzij God als Rechtvaardige Rechter de zaak in handen neemt. Rechtvaardigheidsgevoel is namelijk niet iets verkeerds. Integendeel, ook God heeft deze eigenschap, het behoort tot zijn natuur.
Alleen mag het bij ons niet leiden tot het nemen van het recht in eigen hand! Dat moet overgelaten worden aan Degene die dat veel beter kan. Hij is alwetend en almachtig en rechtvaardig! Zelfs van elk ijdel woord zal Hij rekenschap vragen. Daarom schrijft Paulus: Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn. Want er staat geschreven: "Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here!" Daarin mogen we ons zelfs verblijden staat er in Psalm 9.
Ons door God ingeschapen rechtvaardigheidsgevoel wordt volkomen bevredigd wanneer we beseffen dat God zich ons lot aantrekt en dat het recht zijn loop zal hebben. Dan gaan we ook zien dat het onze verantwoording niet meer is.
In alle andere gevallen is het verdwijnen van haat en wrok alleen maar het gevolg van verdringing of van een capitulatie voor het onrecht met alle gevolgen van dien.

4. Wanneer onrecht onvoorwaardelijk moet worden vergeven, dan leidt dat inderdaad heel makkelijk tot verdringing. Wanneer het onrecht namelijk niet wordt aangepakt of weggedaan, dan moet de vergevende partij het op n of andere manier uit de aandacht laten verdwijnen. Want vergeven is onmogelijk wanneer je voortdurend wordt geconfronteerd met het onrecht. Daar moet je je ogen dan voor proberen te sluiten. Wanneer dat echt lukt, is het gevaar groot dat het verdrongen is. Met alle gevolgen van dien.

5. Door de eis van onvoorwaardelijke vergeving komt het schuldbesef terecht op de verkeerde schouders. Het slachtoffer  voelt zich veroordeeld omdat hij het vermogen mist om van harte te vergeven. En de schuldige vindt het vanzelfsprekend dat hem alles zonder meer vergeven behoort te worden.

6. De prediking van "altijd iedereen vergeven ongeacht de houding van de tegenpartij" maakt het de slachtoffers van onrecht onmogelijk een beroep te doen op God als Rechtvaardige Rechter en Wreker van het kwaad zoals dat staat in Rom.12:19.
Deze prediking maakt ze daarom rechteloos: God staat voor hen aan de kant van de sterkste en veroordeelt hen als zwakken om te capituleren voor het onrecht en de pleger ervan te accepteren alsof er niets gebeurd is. En dat op straffe van het verliezen van het eigen recht op vergeving bij God.

7. Door onvoorwaardelijke vergeving wordt de eigenlijke oorzaak van het probleem niet opgelost. Vergeving op zich neemt het onrecht namelijk niet weg. Onrecht verdwijnt alleen wanneer het door de dader wordt beleden en nagelaten. Alleen wanneer dat gebeurt, heeft vergeven zin, zodat er met een schone lei een nieuw begin kan worden gemaakt.


Overgeven n vergeven?
Is het dan niet mogelijk om het beiden te doen: het onrecht aan God over te geven en dan zelf de dader te vergeven? Dat lijkt een ideale oplossing. Maar we mogen niet vergeten dat vergeven niet alleen een effect heeft op degene die vergeeft, maar ook op de tegenpartij.

1. Vergeven betekent dat je de ander bevrijdt van de schuld die hij heeft ten opzichte van jou. Je zet een streep door alles wat er gebeurd is, je neemt hem niets meer kwalijk, je sluit je ogen voor het onrecht waarin hij nog volhardt. Als je hem echt vergeeft, accepteer je hem zoals hij is en handelt. Het logische gevolg is dat hij alle schuldbesef verliest. Dat is namelijk meestal het effect van vergeving en zelfs het doel ervan: vergeving zet een streep door de schuld.

2. Nadat vergeving geschonken is, is er in feite geen enkele noodzaak meer voor berouw, schuldbelijdenis of bekering door de tegenpartij. De dader weet zich met zijn handelwijze door de tegenpartij geaccepteerd. Voor hem betekent vergeving dan eigenlijk: bevrijding van de plicht schuld te erkennen en zijn verkeerde handelwijze te beindigen.

3. Christenen die een slecht geweten hebben en onrecht plegen, zoeken in hun onbekeerlijkheid vaak de sympathie en acceptatie van andere toegewijde christenen. Dat geeft ze een valse rust en een idee dat het nog wel meevalt met ze. Daarom schrijft Paulus in 1Kor.5:9-13 dat je zelfs niet met ze moet eten, laat staan ze vergeven wanneer ze zich niet bekeren.
Vergeving en acceptatie zonder bekering stompt het geweten van de overtreder af. Christus zal ons daarom nooit aanvaarden wanneer we volharden in ongerechtigheid. Hij wil geen Dienaar zijn van de zonde.

4. Onvoorwaardelijke vergeving kan dan ook nooit in het geestelijke belang zijn van de schuldige. Het blokkeert de weg naar bekering en reiniging. Dat is de reden dat deze vorm van vergeving in de Schrift dan ook niet voor komt.
Vergeving spreekt per definitie de dader vrij van schuld. Een zegen voor degene die schuld erkend heeft en zich bekeert, een vrijbrief voor hem die wil volharden in het kwade.

5. Wanneer we de ander vergeven, dan moet dat in de hemel kunnen worden overgenomen. "Want al wat we op aarde binden, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat we op aarde ontbinden, zal ontbonden zijn in de hemel." staat er in Mt.18:18.
Maar dat is onmogelijk wanneer onze vergeving niet synchroon loopt met de vergeving van God. We moeten alleen vergeven wanneer God vergeven kan. Pas wanneer er sprake is van erkenning van schuld en loslaten van ongerechtigheid, kunnen we de ander zo vergeven dat God het met Zijn zegen bekronen kan.

Zachte heelmeesters...
Het klinkt onbarmhartig: alleen vergeven wanneer er sprake is van erkenning en bekering, en anders overgeven aan Hem die rechtvaardig oordeelt. Maar het tegendeel is waar. Wanneer het in praktijk wordt gebracht, komt de weg vrij voor bewogenheid en liefde voor de tegenpartij.

Een praktisch voorbeeld
Stel je voor dat een vrouw haar man zou moeten vergeven omdat hij een verhouding heeft met de buurvrouw en alleen maar zegt: "Ik doe wel eens domme dingen, je moet het me maar vergeven!", dan loopt de zaak muurvast. Ze is in conflict met haar man die volhardt in zijn verkeerde handelwijze. Ze is in conflict met God die het haar kwalijk zou nemen dat ze niet spontaan vergeven kan. En is in conflict met zichzelf omdat ze in haar hart een diepe afkeer ziet groeien, zowel tegen haar echtgenoot als tegen God.
Wanneer ze echter gaat zien dat God een rechtvaardige Rechter voor haar wil zijn in het conflict en dat ze het aan Hem mag overgeven, dan gaat er heel wat anders gebeuren.
Ten eerste is er nu een open relatie met God, waarin Hij haar duidelijk kan maken wat er bij haarzelf niet in orde was ten opzichte van haar man.
In de tweede plaats hoeft ze haar rechtvaardigheidsgevoel geen geweld meer aan te doen omdat het recht zijn loop zal hebben.
Maar ze gaat in de derde plaats ook beseffen in welk gevaar haar man zich nu bevindt. Ze heeft een beroep gedaan op God die overspelers en hoereerders zal oordelen en ze weet hoezeer de Here te vrezen is. Als haar man zich niet bekeert, gaat hij een eeuwig oordeel tegemoet. De liefde die ze ooit voor hem heeft gehad, gaat weer herleven en in haar bewogenheid kan ze voor hem bidden: "Here, open zijn ogen zodat hij wakker mag worden en zich zal bekeren!" Ze ziet haar man niet meer als misdadiger, maar als een verloren zondaar die gered moet worden!

Goed evenwicht
Dit nu is het proces dat leidt tot de overwinning van het goede over het kwade waarover Paulus spreekt in Rom.12:14-21. Alleen langs deze weg komt er in ons leven een goed evenwicht tussen liefde en gerechtigheid zoals dat ook het geval was bij Jezus en Stefanus die beiden van harte om vergeving konden vragen voor hun moordenaars. Ze zeiden niet: "We vergeven jullie!" Maar ze vroegen God hen te vergeven. Ze vroegen dat voor degenen die niet wisten wat ze deden. Bij de kruisiging waren dat de Romeinen. En bij de steniging was dat o.a. Paulus. Die schreef dan ook later dat hem ontferming was bewezen omdat hij het in zijn onwetendheid, uit ongeloof had gedaan. (1Tim.1:13)

Misplaatste verdraagzaamheid
Te veel verdraagzaamheid ten aanzien van onrecht zal in de praktijk betekenen dat er steeds meer ruimte komt voor het recht van de sterkste ten koste van de zwakken. We zien bijvoorbeeld niet zelden dat alle begrip wordt opgebracht voor de bedrijvers van ongerechtigheid, terwijl nauwelijks wordt omgekeken naar de slachtoffers van hun praktijken.
We moeten uitkijken dat die geest van onrecht en wetteloosheid ook niet ons christelijke denken aantast. Barmhartigheid mag nooit ten koste gaan van rechtvaardigheid. Gebeurt dat wel, dan zullen de zwakken altijd het kind van de rekening zijn en rechteloos worden. Barmhartigheid werkt bederf in de hand wanneer het niet gepaard gaat met rechtvaardigheid.

Volhardend gebed om recht.
Daarom wekt Jezus ons in Lk.18:1-8 op ten volle gebruik te maken van Gods rechterschap en zijn aanbod om onze rechtszaken te behartigen en ons recht te verschaffen. Daar kunnen we niet alleen voor onszelf gebruik van maken, maar ook voor anderen. Wanneer we zien hoe het onrecht in de wereld hand over hand toeneemt, dan zou het wel eens onze taak kunnen zijn om daarover Gods oordelen af te roepen. Waarom zouden we bijvoorbeeld God niet kunnen vragen om zijn oordelen te laten gaan over de producenten en verspreiders van porno, en hun bedrijven en winsten te vervloeken? Wanneer Gods gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid, staat er in Jesaja 26 vers 9. Dus het kan geen kwaad om daar doelgericht om te vragen, integendeel. Misschien is de snelle groei van dit kwaad wel een gevolg van ons falen in dit opzicht. Wanneer er in onze maatschappij niemand meer gebruik zou maken van de rechterlijke macht, dan zou de ongerechtigheid oneindig veel sneller om zich heen grijpen dan nu al het geval is. Zou dat in het Koninkrijk van God dan niet zo zijn? Vast wel.
"Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch als de Zoon des mensen komt, zal hij dan nog het geloof vinden op aarde?"
Laten we ook hierin vrijmoedig worden zodat het antwoord op Jezus' vraag wat ons betreft positief zal kunnen zijn!

Het gezin als "rechtsstaat"
De bovenstaande principes behoren in kleiner verband ook in het gezin te worden toegepast. Het gezin is een rechtsstaat in het klein. Kinderen moeten leren het recht niet in eigen hand te nemen, maar hun rechtszaken aan de ouders toe te vertrouwen. De ouders behoren dit zo serieus te nemen dat het rechtsgevoel bij de kinderen  volkomen wordt bevredigd en ze wat dat betreft rust vinden in hun ouders. Dan zal het later niet moeilijk voor ze zijn om dat ook toe te passen in hun leven met God en aan Hem hun echtzaken toe te vertrouwen.


Twee reacties
(met toestemming overgenomen)
mming
"Dick, ik ben nog steeds geshockeerd over de ellende die er kan ontstaan als "vergeven" en "overgeven" ongenuanceerd en door elkaar heen gebruikt worden. Een dag voor jij jouw brief schreef, heb ik het volgende in mijn dagboek gezet:
- - - Na wat Dick B. zei over eenzijdige vergeving, was ik deep down.
Een gevoel van "alles voor niets". Mijn hele strijd bestaat daaruit dat ik vond dat ik moest vergeven en dat ik het niet kon, ergens niet wilde omdat het niet eerlijk was.
Nu denk ik dat God wil dat je vergevensgezind bent, dat op het moment dat je vergeving gevraagd wordt, je het ook wilt doen. Tot zolang geldt de rechtsregel: "Wie zondigt, zal sterven" en "Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden".
Ik heb te veel van mijzelf geist, ben tegen een universele wet opgelopen en heb mezelf gepijnigd. Onbarmhartig voor mezelf en voor een ander.
"Mijn eigen inspanningen voor niets" ---> down. In feite een bevrijding en een geruststelling. God is vergevensgezind voor de hele wereld, maar je ontvangt het pas als je erom gevraagd hebt.
Waarschijnlijk dat mijn gevoelens van onvermogen ook de haat- en wraakgevoelens zo sterk aangewakkerd hebben. Het gevoel van "oneerlijk". Een fijne kans voor de Tegenstander om m'n vlees op te jutten, om me te tergen. Dit is veel relaxter.- - -
...Nog het meest geschrokken ben ik van het feit dat er zo weinig duidelijkheid is over de fundamentele dingen van het evangelie. Zeker drie hoog-aangeschreven christelijke hulpverleners hebben dit niet boven tafel gekregen bij mij. Ze zeggen alleen: Het is in je eigen belang dat je vergeeft, je moet vergeven..."

Tweede reactie:
"Ben er nu van overtuigd dat het de waarheid is die me vrijmaakt. Het eerste wat me misschien wel opviel toen het me voor het eerst duidelijk werd hoe verkeerd er vaak met vergeving wordt omgesprongen, was dat ik me stukken opgelucht voelde, vrij. 'k Heb in de begeleidingsgesprekken eerder veel over vergeving gehoord. Altijd riep het schuld in me op. De redenen zijn in het stuk "Vergeven of Overgeven" wel goed uitgewerkt. Ik zal wat voorbeelden geven uit mijn leven van dingen die absoluut niet mogelijk waren, n dingen waar nu ineens wl ruimte voor is.
...Verschillende mensen hadden me in het verleden al gezegd dat ik moest vergeven. Soms kenden ze maar een deel van mijn "verhaal", soms wisten ze meer en werd het moeten-vergeven "verzacht" tot leren vergeven. Een paar jaar geleden gaf ik nog wel toe aan hun aandringen, maar iedere keer overspoelde schuld me weer. 'k Werd op een gegeven moment zo hard dat ik niets meer wilde doen. Geen stap zette ik meer in Gods richting, Hij bekeek het allemaal maar. 'k Hield God verantwoordelijk voor mijn ellende, zei geen woord meer tegen Hem. Vooral het afgelopen jaar is daarin wel verandering gekomen - heel langzaam stelde ik me niet meer bij voorbaat al tegenover God op, maar Hem benaderen durfde ik nog niet. Bang voor de liefde denk ik. Bang ook dat te veel pijn in n keer boven zou komen.
...In wezen kwam het erop neer dat ik mijn moeder moest (leren) vergeven. 'k Zat vol wrok altijd naar haar, haat. Haar vergeven, was in mijn ogen zoiets als haar ook nog iets "goeds" moeten doen, namelijk haar schuld "kwijtschelden".
Daarop werd dan inderdaad gezegd dat ik niet om hr vergaf, maar om mezelf. Ik verlengde anders mijn eigen gevangenschap.
'k Heb vaak gehoord hoe on-vergevingsgezind ik was. Nu ik dit schrijf, merk ik eigenlijk dat ik de situatie nu best moeilijk vind. Aan de ene kant was (en ben) ik echt erg opgelucht dat God alles in de hand heeft en met mijn rechtszaak aan de gang kan. Aan de andere kant word ik, nu ik erover schrijf, best boos om wat ze me allemaal hebben gezegd. En bovendien is er ook boosheid om alles wat me in het verleden is overkomen.
n verschil, en wel een heel belangrijk: nu ik weet wat God werkelijk met vergeven (en overgeven) wil, hb ik de situatie over kunnen geven: 'k heb tegen God kunnen zeggen dt Hij zelf maar moet oordelen.
En bovendien ben ik nu in staat voor m'n moeder te bidden - soms alleen maar vragen of God haar zegent, soms meer, iets wat ik nooit kon zonder schuld, zonder het gevoel te hebben dat ik met mijn bidden haar iets gaf wat ze in mijn ogen niet verdiende....
...Leer maar vergeven - ben zo blij dat het niet hoeft. Blij ook dat God alles gezien heeft. Vaak denk ik dat ze niet eens (meer) weet dat ze zich aan mij vergrepen heeft. 't Is niet vaak gebeurd hoor, maar de gevolgen waren behoorlijk ingrijpend, ook door alles wat er al gebeurd was. Lange tijd heb ik me zo geschaamd om alles, dat ik me niet in staat achtte haar ooit te vertellen wat me dwars zat, wilde haar niet meer zien. Goed, dat maakte vergeven m.i. nog onmogelijker. Maar, werd me dan gezegd, zelfs als je iemand nit meer ziet of spreekt, kun je toch (leren) vergeven. "Wil je dat gaan leren?" Ja, als dat me verder hielp wel ja! 'k Ben zo blij dat ik niet uitgesproken heb dat ik het echt vergeven heb....
...In wezen komt het moeten vergeven erop neer dat ook overgeven een onmogelijkheid wordt. Dat is wat ik ervaren heb: een puur gevolg van de wrok/haat die naar God wordt opgeroepen...
...Ik denk nog veel na over wat gebeurt deze tijd. Besef ook heel goed dat gebeden van een lange periode verhoord zijn...
...'k Kan er niets aan doen, maar ik blijf me verbazen om die plotselinge doorbraak - 't is soms net of ik opnieuw tot geloof ben gekomen..."



03/97 Dick Baarsen,
Postbus 231, 4550 AE Sas van Gent.
E-mail: dickbaa@hetnet.nl
http://www.breakfree.tk
http://baarsen.com

Voor gratis verspreiding of verspreiding tegen kostprijs mag dit stuk ongevraagd worden gekopieerd mits inhoudelijk ongewijzigd en met vermelding van deze gegevens.
Is dat wel zo vanzelfsprekend?