Vandaag las ik in de Collossenzenbrief: "Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente."
Ik dacht: daar heb ik toch eigenlijk nog niet veel van meegemaakt, lijden voor Jezus. Aan de andere kant, wanneer ik zo vaak vroeg wakker word en een geestelijke strijd heb, dan is dat niet voor mezelf. Want dat zou ik niet hebben wanneer ik b.v.geen bijbelkringen zou leiden en me niet druk zou maken over alles wat er om me heen gebeurde. Met mezelf gaat het wel goed. Nee, je hebt die strijd wanneer je bezig bent om de duisternis op één of andere manier terug te dringen. Je hebt het moeilijk omdat je de rommel uit de harten van anderen probeert weg te krijgen. Om anderen te bewegen om een rein hart te aanvaarden. Zou ik daar niet mee bezig zijn, dan zou het een stuk makkelijker zijn. Natuurlijk is dit soort lijden niet te vergelijken met verbrandingen en kruisigingen enzo, maar toch. We moeten er niet gek van opkijken dat we tegenwind krijgen en aanvechtingen wanneer we bezig zijn om het Koninkrijk van Christus uit te breiden. En dat je daarvoor een wapenrusting nodig hebt. Misschien moet je juist wel blij zijn wanneer je in de strijd gewikkeld raakt! Dat hoort erbij!

"Haar dienaar ben ik geworden," schrijft Paulus verder, "krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen." Dat is nogal wat! Tot zijn vólle recht! Dat het allemaal van a tot z toegepast wordt en dat iedereen zegt: "Jongens, daar ga ik naar leven! Ik wil het helemaal in mijn leven laten doorwerken, dat ik vol  word van alles wat Jezus geven wil en alles ga beleven wat de eerste christenen beleefden."
Paulus had een hoog doel, maar God werkte mee! En mensen kwamen tot geloof en tot een radicale levensvernieuwing. Onvoorstelbaar hoe groot de verandering was die plaats vond in de levens van die Griekse heidenen! Paulus deed geen water in de wijn en het werkte.

Er staan nog meer heerlijke dingen in dit stukje, maar daar gaan we nu niet op in. Het gaat me nu om de strijd van Paulus, of het voor hem makkelijk was of niet. En dan staat er: "Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn." Dus hij rustte niet voordat ze allemaal volmaakt functioneerden in de Here Jezus. Hij wilde ze volmaakt leren leven met de Here Jezus. Dat had hij zich ten doel gesteld. En was dat makkelijk? Nee: "Hiervoor span ik mij ook in", schrijft hij, "onder zware strijd." Hij had alles tegen. In een andere brief schrijft hij wat hem allemaal overkwam: schipbreuk, vervolging, honger, gevangenschap, martelingen. Maar hier gaat het om een geestelijke strijd heb ik de indruk. Maar van binnen had hij een bron van kracht. Hij deed het naar zijn werking, de werking van Jezus, die in hem werkte met kracht. Hij had een open hemel. Hij had een enorme strijd, maar door de kracht die in hem werkte, overwon hij voortdurend. Hij drong de duisternis terug en redde mensen uit de macht van de misleiding en uit de macht van de duivel.

Zware strijd in de voorbede, het schrijven van brieven. En we lezen in Handelingen hoe hij de Efeziërs onder tranen terechtwees.
"Waakt dan en herinnert u, dat ik drie jaren lang nacht en dag niet heb opgehouden ieder afzonderlijk onder tranen terecht te wijzen. En nu, ik draag u op aan de Here en het woord zijner genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden. Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Here Jezus herinneren, die zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen." (Handelingen 20)
Ik doe dat niet, nacht en dag iedereen van jullie afzonderlijk onder tranen terecht wijzen. Ik hoop maar dat je je laat vermanen door Paulus zelf door zijn brieven te lezen. Zo doe ik dat tenminste, zo laat ik me door Paulus en de andere apostelen vermanen en opbouwen.
Als ik dit zo in de bijbel lees, dan krijg ik de indruk dat ik nog maar nauwelijks begonnen ben en alleen nog maar een beetje krabbel aan de oppervlakte! Als Paulus hier zou zijn, dan zou hij jullie drie jaar lang onder tranen terechtwijzen, dag en nacht! Om elk van jullie volmaakt te doen zijn in de Here Jezus. Om los te komen van alle ongerechtigheid en vervuld te worden met de volheid van Jezus, Hem te leren kennen in alles wat Hij voor jullie kan zijn. Ik doe dat niet en als ik daar zo over denk, dan krijg ik een geestelijk minderwaardigheidscomplex. Maar we moeten ons natuurlijk wel realiseren, dat de Efeziërs zo uit het heidendom kwamen en geen bijbels hadden. Er was nog geen boekdrukkunst, dus er was nauwelijks iets op schrift te krijgen voor die gelovigen daar. Dus het kon alleen maar zo. Maar iedereen van ons heeft minstens één bijbel thuis waarin dagelijks gelezen kan worden. Je leeft in een christelijke cultuur, dus er zijn boeken bij de vleet die je kunt lenen of kopen. Ook kun je naar de EO kijken of luisteren om opgebouwd te worden. Dat is jullie eigen verantwoordelijkheid. Dus als je het wilt, hoef je echt niets te kort te komen.

Zelf heb ik ook geen zielzorger als Paulus. Als ik het zelf niet zoek in de brieven, dan gebeurt er bij mij ook niks. De enige opdracht die ik daarom heb, is om jullie en mezelf aan te sporen om daar gebruik van te maken en te groeien naar de volheid die God bedoelt. Maar zelfs die opdracht is niet makkelijk. Het word je niet altijd in dank afgenomen. Ook Paulus werd vaak niet begrepen of gewaardeerd. Maar toch deed hij het. Omdat hij niet anders kon en ook niet wilde. En daarom zit ik vanavond mezelf ook maar moed in te praten: het hoeft blijkbaar niet makkelijk te zijn. Dat is normaal.

Terug naar de Colossenzen brief: "Want ik stel er prijs op, dat gij weet, hoe zware strijd ik te voeren heb voor u en voor hen, die te Laodicea zijn en voor allen, die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees." Dus hij voelde zich niet alleen verantwoordelijk voor de mensen die hij persoonlijk kende, maar ook voor degenen over wie hij alleen maar had gehoord dat ze gelovig geworden waren. Ook voor hen bad hij en schreef hij brieven. Om zoveel mogelijk mensen te helpen om tot volheid te komen in hun leven met Jezus, dat ze allemaal in vuur en vlam zouden komen te staan voor Hem, "...opdat hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht..."
Dat was Paulus' doel. Wij leven vaak op een minimum: hoe weinig is er nodig om met de hakken over de sloot toch nog net behouden te worden en daarnaast nog zoveel mogelijk van het aardse leven te genieten? Maar voor Paulus was het alles of niks.

"...en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn."
Jezus heeft zoveel bedieningen die Hij allemaal te onzer beschikking heeft gesteld. Maar we weten er nauwelijks wat van!
Als er een pijl van eenzaamheid op je afkomt, zegt Jezus: Ik ben met je. Als er een pijl van onrust op je afkomt: Ik ben je Vrede. Een pijl van het verleden, van schuldbesef: Ik neem de verantwoordelijkheid op me voor wat er gebeurd is in het verleden. En zo, voor al die pijlen die op je afkomen, is Jezus een schild voor je waarop die pijlen afketsen. Als je radeloos bent: Ik ben je Wonderbare Raadsman. Het is nodig dat je de Here Jezus zo leert kennen. Wat Hij allemaal voor je kan zijn. We weten wel dat Hij de Goede Herder is. Alleen dat al zou je hele leven veranderen wanneer je dat zou beseffen. Dat er nooit meer een doodlopende weg meer voor je is, dat Hij al is voorgegaan. Wanneer je een onbekende moeilijkheid tegemoet gaat: Hij is daar al geweest, Hij gaat je voor, het is geen onbekend gebied! Dat is nog maar één bediening: de goede Herder!

Hoe kan ik tot zegen zijn voor anderen? Kom tot Mij, zegt Jezus. Als je dorst hebt, kom en drink. Je leven zal een fontein worden van levend water. Je hoeft nooit droog te lopen, je kunt altijd tot zegen zijn op deze manier! Ik heb altijd gedacht dat het vervuld worden met de Heilige Geest niet zomaar ging, dat er allerlei bijzondere gewaarwordingen mee gepaard moesten gaan. En dan vroeg ik me af: Heb ik die vervulling wel?! Maar de laatste weken krijg ik door dat het heel eenvoudig is. Dat we op elk moment mogen drinken als we een klein beetje dorst hebben. Als ons hart weer een beetje leeg begint te raken, mogen we bij Jezus komen om te drinken zodat ons hart weer vol wordt met zijn Geest. Eenvoudig? Ja toch? Dorst hebben en drinken, daar begon je mee toen je pas geboren was. Dat hoefde je niet eens te leren, zo eenvoudig was dat! En dat is het nog steeds. Zo eenvoudig heeft Jezus het gemaakt om voortdurend vol te zijn van zijn Geest. Wie van dit water drinkt, zal nimmer meer dorsten! Want het is overvloedig beschikbaar. Je kunt duizend keer op een dag een slokje nemen als je dat nodig hebt! Zodra er een beetje onrust in je hart is: drinken! Of als je verdrietig bent of melancholiek of somber: drinken, want dan heb je dorst! Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!

Vind je dat nou geen aantrekkelijk leven? Daar zou je toch alles voor op willen geven om dit te gaan beleven? Jezus wil je zo vol maken, dat je zult zeggen: Here, houd op, want ik kan niet meer hebben!
De Hernhutters van twee eeuwen geleden, een groep mensen in de Lutherse kerk in Duitsland, daarvan is bekend dat ze ook zochten naar alles van de Here Jezus. En die werden zo vervuld van liefde voor Hem en elkaar, dat sommigen zelfs naar Suriname gingen om zich als slaaf te verkopen om de slaven daar te kunnen vertellen van Jezus.
Ik heb een dagboekje gehad van een overwintering bij de Noordpool van een aantal van hen die de Eskimo's wilden bereiken. Daarvóór was er al een andere zendeling geweest, Hans Egede, maar die had weinig vrucht gezien op zijn werk. Die legde erg de nadruk op de almacht van God en op zijn strengheid en de noodzaak om je te bekeren om zijn oordeel te ontgaan. Maar toen de Hernhutters vol blijdschap kwamen met hun liefde voor Jezus, toen sloeg de vlam in de pan en kwam er een oogst van al die jaren dat Egede had gezaaid.

Ik raak wel eens ontmoedigd. Maar vanmorgen vroeg ik in mijn gebed: "Here wilt U me toch iets laten zien zodat ik weet dat het zinvol is wat ik doe. Ik bid al zo lang voor allerlei mensen, voor velen zelfs dagelijks. Maar heeft het wel zin?" Toen kwam er met de post een kaart uit Amerika van een jongen die ik drie jaar geleden had ontmoet in een kampweek van een koffiebar. Ik had toen met hem gepraat. Hij schreef gedichten maar dronk ook graag en rookte zwaar en was nogal loshandig bij de meisjes. Maar ik kreeg het toen op mijn hart voor die jongen te gaan bidden. Tot op voor kort heb ik dat dagelijks voor hem gedaan en de laatste paar maanden om de dag. En nu een kaart.
"Hoi Dick, kan jij je nog herinneren dat ik tegen je zei: 'Ik ben bang voor een wereld zonder drugs'?...Ik ben na die week nog vreselijker aan de drank geraakt en rokend als een schoorsteen. Maar ja, je kent God hè? Ik heb nu vier maanden niet gerookt en 2,5 maand niet gedronken. Wonderlijk hè? Hartelijke groet..."
Na het kamp had hij me een aantal manuscripten opgestuurd van zijn schrijf- en dichtwerk en me nog een keer gebeld. Maar na die tijd niets meer van hem gehoord. Maar begrijp je wat een bemoediging dat was? Dus gewoon maar doorgaan met de voorbede wanneer je dat op je hart hebt. Vroeg of laat komt er een oogst. Wat je zaait zul je oogsten!

Wat is dat een waardevol leven: toegewijd aan Jezus, je laten verlossen van alles wat niet deugt, vragen om een taak en je door Hem laten inzetten voor zijn Koninkrijk. En zo met Hem leven dat de duivel niets in je kan vinden om je op te pakken. Dat is toch alles waard? Geen mooier leven dan een leven met Jezus. Maar niet makkelijk en ook niet zonder strijd.
Dat is dus het schild des geloofs: niet rekening houden met de negatieve dingen om je heen, maar rekening houden met wat God zegt en met wat Hij doet en is.

In het Oude Testament geloofden de mensen in God, de Schepper van Hemel en aarde. Met andere woorden: ze geloofden in een God die iets kon schepen uit het niets. Waar helemaal niets was, kon God iets scheppen, daar kon Hij iets maken wat er niet was. Kijk maar naar Abraham: hij zou een zoon krijgen. Maar hij zag dat hij alsmaar ouder werd. Maar dat was voor hem geen probleem, want hij geloofde in God de Schepper! Op een gegeven moment kon hij geen kinderen meer krijgen, en Sara nog minder. Toen gaf God hen een zoon.
Dat was het geloof van de mensen uit het Oude Testament. We mogen geloven in God die dingen kan doen die naar de mens gesproken onmogelijk zijn. Hebreeën 11 is een hoofdstuk uit het Nieuwe Testament dat daarover gaat. Daarin staat ook de definitie van geloof:
"Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt (verwacht), en het bewijs der dingen, die men niet ziet."

Dus als je bidt voor mensen, dan bid je in geloof: in de verwachting dat God ook inderdaad het gebed verhoort. Wanneer God mensen op je hart legt om voor te bidden, dan dan ligt daarin een belofte. Het kan haast niet anders dan dat God ook dat gebed verhoren wil. Anders zou Hij dat niet op je hart leggen!
Waarom had ik het nu op mijn hart om voor die ene jongen te bidden en niet voor alle anderen? Ik weet het niet. Dat is Gods verantwoordelijkheid. En nu kon ik hem schrijven: joh, ik heb praktisch elke dag voor je gebeden. Dat moet voor die jongen toch ook een bemoediging zijn: terwijl hij zelf God nog helemaal niet zocht, was er iemand die van God de opdracht kreeg om voor hem te gaan bidden. Dat de Here met hem bezig wilde zijn en dat Hij daar iemand anders voor nodig had om te bidden zolang hij dat zelf nog niet deed.

Voor mij en voor iedereen die voor anderen bidt, is het geloof dat God deze gebeden zal verhoren, de zekerheid van wat je verwacht. Je ziet het nog niet, maar je verwacht het met volharding. Dat is geloof en daar vind je dan de zekerheid in, ook al brengt iedereen je aan het twijfelen. Het is een bewijs van iets wat je nog niet ziet. Dat is geloof. Niemand houdt het voor mogelijk, maar voor jou is het een zekerheid.
Alleen moet je jezelf niet wijsmaken dat je een opdracht van God hebt terwijl het alleen maar een eigen gedachte is. Maar op de lange duur blijkt dat wel. Dan houdt het eigenbedachte gebed wel op omdat de inspiratie je ontbreekt. Dat ben je gauw zat. Maar wanneer God je iets op je hart legt, dan gaat het door, ook al duurt het jaren. Dan doe je het in zijn kracht. Dat is genade.

Toch bekruipt mij wel eens het gevoel dat ik veel uit gewoonte doe. Ik ben nogal een gewoontedier en als ik eenmaal een gewoonte heb gevormd, dan kan ik er lang mee doorgaan. Maar ik maak me daar maar niet zo druk over. Ik speel maar op safe. Je kunt beter wat teveel bidden dan te weinig denk ik dan maar! Wie karig zaait, oogst ook karig. Wie overvloedig zaait, oogst overvloedig.
Soms bekruipt me ook de gedachte dat het zonde van mijn tijd is, dat ik beter wat anders kan doen. Want het kost wel veel tijd hoor, voorbede. Tegenwoordig combineer ik het maar met wandelen. Dan maak ik een wandeling door het natuurgebied hier.

Maar er zijn ook nog zoveel andere dingen te doen. En dat wringt wel eens. Maar dan denk ik maar dat gebed het belangrijkste werk is wat er gebeuren moet. En er zijn er misschien niet zoveel die dat doen. God wil zo ontzaglijk veel geven, maar er zijn gewoon heel weinig mensen die erom vragen. En dan is het voor God niet verstandig om het dan toch maar te geven. Want dan geeft dat het gevoel: we hebben God niet nodig want het gebeurt zonder Hem ook wel.

God vindt gebeden zo verschrikkelijk belangrijk, dat Hij ze laat verzamelen in gouden schalen. Wist je dat? Dat staat in Openbaring. Daar kwam Laniëlle een keer mee aan: "Wist je pap, dat onze gebeden in gouden schalen worden gedaan?" Symbolisch natuurlijk, maar niet minder indrukwekkend! En die gebeden spelen een rol in de afwikkeling van het draaiboek van de eindtijd, staat er in het boek Openbaring.
"En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen." (5:8)
Dat is bemoedigend wanneer de duivel een vurige pijl afschiet van: "Houd toch op met dat bidden, er zijn belangrijker dingen, het haalt niets uit." Dan kan deze gedachte je bewaren voor ontmoediging. Want er gebeuren dingen door het gebed, onvoorstelbaar. Dat zullen we pas goed aan de weet komen wanneer de boeken opengaan!

"Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, omdat er kracht aan verleend wordt" staat er in Jakobus 5. Laten we ervoor zorgen dat ons leven vrij is van ongerechtigheid. Dan zijn onze gebeden krachtig! Dan wordt er kracht aan verleend.
Dat van die gouden schalen staat er nog een keer: "En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang. En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven. En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk, met de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op."

Het leuke van het gebed is, dat je het te allen tijde kunt doen: op alle plaatsen op elk moment. Er hoeft dus nooit meer verloren tijd te zijn voor je. De file kan nog zo lang zijn: jij weet de tijd goed te gebruiken door te bidden voor weet ik hoeveel zaken en mensen die de Here op je hart legt. Ook als je wakker ligt 's nachts, dan kun je bidden.

Dus laat je niet meer ontmoedigen door alles wat negatief is om je heen: de verloedering, de afbraak van de sociale zekerheden, de geweldsspiraal, de corruptie, en al het andere kwaad. Pak het schild van het geloof. Laten we kijken naar Hem die gezegd heeft: "Mij is gegeven alle macht." En doen wat Hij ons opgedragen heeft. En dan belooft Hij om met ons te zijn alle dagen tot aan de voleinding der wereld. Daar moeten en kunnen we het mee doen! Niet makkelijk! Maar je leeft maar één keer. Waarom er niet uithalen wat er in zit?!
Bijbelstudie, ooit gehouden op een jeugdkring...