ZONDENVRIJ LEVEN?!


De beste strategie voor het innemen van een stad is ervoor te zorgen dat je achter de muren en de stellingen van de verdedigers komt en ze dan van binnen uit aan te vallen. Dan is de stad reddeloos verloren.
Ook de duivel past die strategie met groot succes toe: bij ons allemaal heeft hij binnen de muren een stukje eigen terrein, de oude mens genaamd of het zondige vlees. Elk moment dat we er niet op verdacht zijn, valt hij ons van daaruit aan. Zo lijden we nederlaag op nederlaag. Vandaar de verzuchting: Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Eigenlijk is alleen de lichamelijke dood bij machte ons definitief van de inwonende zonde te bevrijden. We zijn gedoemd om zondaar te blijven tot onze laatste snik. De echte verlosser van het lichaam der zonde blijkt dus in de praktijk helaas niet de Vorst des Levens te zijn, zoals Paulus beweerde in Rom.7:25, en ook niet "de wet van de Geest des levens" uit Rom.8:2, maar nog steeds de vorst der duisternis, hij die de macht had over de dood, de duivel.

De duivel, de uitvinder van de zonde, de moordenaar vanaf het begin, komt zodoende tot op de dag van vandaag nog steeds behoorlijk aan zijn trekken. Niet alleen bij de ongelovigen, maar ook bij velen van ons christenen. Maar dan wel uitsluitend dank zij het feit dat hij ook "de vader der leugen" is. Want het is volgens de Bijbel toch een leugen dat de oude mens tijdens ons aardse bestaan niet afgelegd zou kunnen worden?
"Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is..." Rom.6:6.
"Liegt niet eer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd en de nieuwe aangedaan hebt..." Col.3:9.
Volgens de Bijbel is het ook niet waar dat we tijdens ons aardse bestaan niet zondenvrij zouden kunnen zijn, want "als we in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, reinigt het bloed van Jezus, Gods Zoon, ons van alle zonde." 1Joh.1:7.
En het is zelfs niet waar dat er altijd wat smerigs en zondigs in ons leven zou moeten overblijven, want "als we onze zonden belijden, is God getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid." 1Joh.1:9.
Dat kan ook eigenlijk niet anders, want als er altijd een vuile bron in ons lichaam zou moeten blijven bestaan in de vorm van een stuk oude mens of zondig vlees, dan zou Jezus toch nooit hebben kunnen zeggen: "Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u."? Joh.17:18, 20:21.
Dan zouden we ons lichaam ook nooit kunnen stellen tot "een heilig, Gode welgevallig offer". Rom.12:1.
En hoe zouden we dan ooit "heilig kunnen worden in al onze wandel zoals geschreven staat: Wees heilig want Ik ben heilig."? 1Petr.1:15,16.
Jezus zegt in het Hogepriesterlijk gebed, dat Hij ons Zijn eigen heerlijkheid heeft gegeven en dat we dezelfde eenheid mogen hebben met Zijn Vader als die Hijzelf had toen Hij op aarde was. Joh .17:22. We worden daarom ook opgeroepen om ons te reinigen gelijk Hij rein is. 1Joh.3:3.
Ergens anders staat zelfs dat we moeten weten dat ons lichaam Gods tempel is en dat Gods Geest in ons woont:  "...en de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!"  1Cor.3:16, 6:19.
Maar de duivel heeft het via allerlei theologische spitsvondigheden voor elkaar gekregen om in die heilige woonplaats van God een groot vertrek te reserveren voor zichzelf zoals Tobia indertijd in Jeruzalems tempel. Ook hij kreeg dat voor elkaar met de hulp van een theoloog: priester Eljasib! Neh.13:4. Alleen nam Nehemia daar toen geen genoegen mee. "Ik was daar zeer over ontstemd en wierp al het huisraad van Tobia het vertrek uit!" zegt hij in Neh.13:8 en 9. "Op mijn bevel reinigde men de vertrekken, en ik bracht het gerei van het huis Gods daarin terug."
Gelukkig kunnen we dat goede voorbeeld van Nehemia ook nu nog volgen. "Laten we ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods!" 2Cor.7:1.

Nu kan zo'n leven waarin voor de zonde geen plaats is, behoorlijk bedreigend overkomen. Eigenlijk net zo bedreigend als het beloofde land dat grondig gereinigd moest worden van de oorspronkelijke bewoners. Toen de tien verspieders die opgave onder ogen zagen, zonk hen de moed in de schoenen.
"Wij zullen tegen dat volk niet kunnen optrekken, want het is sterker dan wij!" zeiden ze in Nummeri 13:31.
Maar de twee zeiden: "God zal ons in dit land brengen en het ons geven. De Here is met ons, vreest hen niet."
Toen zeide de gehele vergadering, dat men hen stenigen zou...
In wezen is er nog niet zo erg veel veranderd sinds die tijd. Ondanks alle nieuw-testamentische beloften laten we ons op allerlei manieren weerhouden om ons te laten reinigen door het waterbad met het Woord. En we kunnen bijna niet geloven dat Jezus daardoor de gemeente stralend voor Zich zou kunnen plaatsen, zonder vlek of rimpel af iets dergelijks, zodat zij heilig is en onbesmet! Ef.5:26,27.

Maar stel dat we al tijdens dit leven verlost kunnen worden van onze oude mens, hebben we daarna Jezus dan nog wel nodig?!
Natuurlijk wel! Want het bevrijd worden van de oude mens is niet het einddoel, het is nog maar het begin!
Jezus is voor ons gestorven om ons te bevrijden van ons oude leven, "want wat Zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven."
Maar om het nieuwe leven te kunnen leven, hebben we de opgestane Christus nodig, "opdat gelijk Christus uit de doden opgewekt is, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen." Rom.6:4.
We moeten niet alleen worden weggekapt uit de wilde olijf, maar ook worden geënt op de edele. Of, zoals Jezus het uitlegde: we mogen gezonde ranken aan de Ware Wijnstok worden, leden van Zijn Lichaam. Rom.11 :17, Joh.15:1-8, 1Cor.6:15.
Alleen in die positie kunnen we gerechtvaardigd worden. Los van de Opgestane kunnen we niets doen.
Zolang er nog echte zonden in ons leven zijn, zijn we nog onder de wet en worden we door haar veroordeeld. Gal.5:19. 1Cor.6:9. 1Tim.1:8-10.
Ook al zouden we verlost zijn van alle zonde behalve één, dan nog worden we l00% door de wet veroordeeld.
"Want wie de gehele wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig geworden aan alle geboden. Want Hij die gezegd heeft: Gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: gij zult niet doodslaan. lndien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag, zijt gij toch een overtreder der wet geworden." Jac.2:10-11. Je kunt helemaal schoon zijn en in je zondagse pak, maar met poep aan je schoen kom je het huis echt niet binnen, ook al ben je nog zo schoon en heb je je mooiste kleren aan!

Het is dus onmogelijk gerechtvaardigd te worden, terwijl er nog bewuste onbeleden zonden in ons leven zijn. Ook de theologische constructie, dat we dan ondanks die zonde toch in Christus kunnen zijn zodat God niet ons ziet, maar Christus, is moeilijk terug te vinden in het onderwijs van Jezus en de apostelen. Maken we Christus dan niet een dienaar van de zonde? Eigenlijk zijn we dan voor God niet meer dan een gepleisterd graf! Nee, uit de Bijbel weten we dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen. 1Joh.3:5. Want waarom zou Jezus onbeleden zonden met zijn bloed bedekken als zijn bloed ons ervan kan reinigen als we ze belijden?

De Farizeeën waren alsmaar bezig om de zonde zoveel mogelijk te reduceren tot 0%, en zochten het daarbij in uiterlijke dingen. Voor hen was 0% het absolute einde en daar deden ze alle moeite voor. Het was dan ook een onverteerbare zaak voor ze te moeten aanvaarden, dat een hoer en een tollenaar zonder moeite en eigen inspanning in één keer die 0% bereikten, alleen maar door een eenvoudige en eerlijke belijdenis van zonden! En dan niet als eindpunt, maar als de start voor een nieuw gereinigd leven waarin ze gingen groeien in de ware gerechtigheid.
Wat de schriftgeleerden beschouwden als het toppunt van gerechtigheid, is in wezen niets! De afwezigheid van zonde brengt namelijk niet automatisch de aanwezigheid van gerechtigheid met zich mee. De reiniging van zonde maakt ons alleen maar tot een rein aarden vat dat gevuld moet worden met de schat van het Goddelijke leven. En dat leven begint klein, met melkvoeding en met vallen en opstaan. Naar wel gezond! Dan zijn we ingegaan in het Nieuwe Verbond.
Paulus schrijft over het oude en het nieuwe verbond in 2Cor.3. En hij beëindigt dit gedeelte met de bemoedigende woorden: "En wij allen, die met een aangezicht waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is!" Het is alles genade. We mogen leren weer 100% ontvangers te worden!